De vereniging Leefmilieu is een onafhankelijke milieuorganisatie die zich inzet voor een groen en gezond leefmilieu. Onze kenmerken zijn: grote milieudeskundigheid en samenwerking met bewonersgroepen in heel Nederland.


Op deze website informeren we je over onze activiteiten. Wil je op de hoogte blijven, abonneer je kosteloos op onze nieuwsbrief  of  word lid.
 

actueel (kop)

 

Onderwerpen:

29 september 2017. Laagfrequent geluid (LFG) ontregelt het leven van veel Nederlanders en veroorzaakt aanzienlijke gezondheidsschade. De bronnen van laagfrequent geluid zijn lastig te meten en soms blijft het helemaal onduidelijk waardoor de overlast veroorzaakt wordt. De afgelopen jaren heeft de vereniging Leefmilieu de meldingen van LFG in kaart gebracht, en meegewerkt aan initiatieven om laagfrequent geluid te meten. Ook is samengewerkt met anderen zoals de Stichting Laagfrequent Geluid en het RIVM. Het probleem is beslist nog niet opgelost, maar er zijn wel stappen gezet. Op 29 september hebben we in een publieksbijeenkomst in Amersfoort de stand van zaken op een rijtje gezetten en in kleinere groepen met elkaar doorgepraat over mogelijke vervolgstappen.

 

Aan de orde kwam onder meer hoe een meting van laagfrequent geluid in zijn werk gaat en wat de mogelijkheden zijn om zelf te meten. De richtlijn van de GGD over LFG is toegelicht we zijn ingegaan op de in kaart gebrachte meldingen. Veel mensen die geconfronteerd zijn met de overlast van laagfrequent geluid leggen een hele weg af in de aanpak van hun probleem. Mede met de inbreng van deze ervaringsdeskundigen is besproken hoe we samen het beste verder kunnen. Deze bijeenkomst is mede mogelijk gemaakt door de financiële ondersteuning van het voormalige Meldpunt Gezondheid en Milieu.

 

Bekijk hieronder de reeds beschikbare presentaties:
- Lies Jonkman (Stichting Laagfrequent Geluid): Meldingen van LFg en LFg+
- Annelike Dusseldorf (RIVM): Richtlijn ‘het horen van een bromtoon’
- Jan van Muijlwijk (Omgevingsdienst Groningen): Op zoek naar de bron van de brom

 

LFG bijeenkomst Amersfoort

 

 

Met haar uitspraak van 4 mei 2016 had de rechtbank Limburg de vereniging Leefmilieu niet-ontvankelijk verklaard in een zaak met betrekking tot een omgevingsvergunning van een pluimveehouderij in Kelpen-Oler, gemeente Leudal. Vereniging Leefmilieu heeft daarop hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.

In haar uitspraak van 5 juli 2017 had de Raad van State weinig woorden nodig, ze maakte korte metten met de uitspraak van de rechtbank Limburg. Ze verwees naar de statuten, de feitelijke werkzaamheden van de vereniging Leefmilieu en naar eerdere jurisprudentie om te concluderen dat Leefmilieu wel degelijk ontvankelijk is. Wij hoefden in dit geval niet eens extra informatie te verschaffen.

Het is een omstreden werkwijze van sommige (gemeente)besturen om milieugroepen in het defensief proberen te dringen door twijfel te uiten aan de ontvankelijkheid. Het is daarom de moeite waard om, als je wilt procederen bij de bestuursrechter, eerst de eigen statuten goed tegen het licht te houden en te zorgen dat je als groep meer doet dan juridische procedures. Dat zijn de zogenoemde feitelijke werkzaamheden waarvan in de uitspraak gesproken werd. Daarbij kun je denken aan voorlichting, bijeenkomsten organiseren, gesprekken met politici en ambtenaren en samenwerken met andere groepen. Zorg ervoor dat je deze activiteiten kunt aantonen met ontvangen en verzonden brieven, notulen van vergaderingen waar je hebt ingesproken, publicaties in de media enz.. Deze activiteiten moeten recent zijn, zo moet de organisatie bijvoorbeeld niet al meer dan een jaar niets gedaan hebben. Verder moeten de activiteiten ook een redelijke periode beslaan: de organisatie moet dus niet pas een paar maanden actief zijn. In ons geval blijken rechters vaak te volstaan met naar de website te kijken, maar dat zal enkel voldoende zijn indien de organisatie al jarenlang overduidelijk actief is. Mocht je organisatie toch niet-ontvankelijk worden verklaard, kan het de moeite waard zijn om in (hoger) beroep te gaan, mits aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan. Wie weet denkt de (hoger beroeps) rechter er toch anders over dan de gemeente of in ons geval de rechtbank. Voor de toekomst is de ontvankelijkheid dan beproefd en weet zeker waar je aan toe bent. De Rechtbank Limburg had in ons geval domweg haar huiswerk niet gedaan: de Raad van State had zich namelijk al eerder over dit punt uitgesproken, en de rechtbank heeft daar niets mee gedaan.

 

Lees hier de uitspraak van de RvS 201604472/1/A1

 

.

Alroy Nanlohy: Uitzicht op groenLeefmilieu werd in mei 2017 gevraagd om inbreng te leveren op het toekomstige groen beleid van de gemeente Nijmegen. De aanpak van de bijeenkomst daarvan was anders dan anders. Alle deelnemers hadden huiswerk gekregen: ze moesten een pitch houden. De opgave was om in 3 minuten één belangrijk punt voor het voetlicht te brengen en dat kort en krachtig te beargumenteren. Vervolgens werden dan in kleine groepen de voorstellen besproken. Je zou verwachten dat iedereen vervolgens alleen zijn eigen punt verder ging verdedigen, maar dat viel mee. De mensen die met groen bezig zijn bleken allemaal een brede blik te hebben.

 

Vanuit Leefmilieu brachten we, met meerdere deelnemers, drie punten in:

  • - Stimuleer particulieren en instellingen het goede voorbeeld van de gemeente te
       volgen en ook geen onkruid bestrijdingsmiddelen meer te gebruiken;
  • - Maak beleid voor de loslopende katten die grote schade toebrengen aan de vogelstand;
  • - Zorg voor uitzicht op groen.
  •  

Hoe voor de hand liggend dit laatste punt ook lijkt, bij de ontwikkeling van plannen voor groen wordt het uitzicht op groen meestal niet meegenomen. Uit onderzoek uit 2010 dat de vereniging Leefmilieu heeft gedaan aan de hand van dagboekjes, werd het uitzicht op groen als het belangrijkste punt genoemd. En niet alleen voor de mensen die niet gemakkelijk naar buiten kunnen. Iedereen vindt uitzicht op groen fijn. Een citaat uit het onderzoek: “Een boom voor het huis brengt vogels en jaargetijden dichterbij”. Of het nu vanuit een raam is of vanaf een bankje in een park: het uitzicht op bomen en planten maakt blij. Zaak is bij de ontwikkeling van groen dus wat verder te kijken dan de plattegrond en de beplanting, maar ook na te gaan wie uitzicht hebben of gaan krijgen op het groen.

 

Klik hier voor het boekje Groen maakt het leven mooier

 

.

Ewald KorevaarDe milieuwetgeving in Nederland is flink in beweging. Moesten er enkele jaren geleden milieuvergunningen op maat gemaakt worden voor bedrijven, op dit moment vallen de meeste bedrijven geheel of gedeeltelijk onder het Activiteitenbesluit. Dat betekent minder maatwerk, maar meer algemene regels. Niet altijd is dat een verbetering voor de omgeving. In ieder geval roept het vragen op zoals: stel dat een bedrijf het beter wil doen dan de algemene eisen in het Activiteitenbesluit, kan dat? Heb ik als omwonende nog wel dezelfde mogelijkheden om bezwaar te maken als het om algemene regels gaat? Wordt er wel voldoende rekening gehouden met de opstapeling van milieubelasting in de omgeving. Waar kan ik vinden aan welke eisen het bedrijf waar ik bij in de buurt woon, moet voldoen?

Ewald Korevaar van EWMilieu-advies uit Utrecht gaf op 2 juni 2017 een inleiding in het Activiteitenbesluit. Ewald Korevaar is een ervaren adviseur van milieu- en bewonersgroepen. Bij de bijeenkomst ging Ewald ook in op vragen van deelnemers.

 

Bekijk hier de presentatie van Ewald Korevaar

 

.

 

Raad van State entree17 mei 2017.  Leefmilieu heeft sinds 2015 een serie beroepszaken gestart bij de Afdeling bestuursrechtspraak over vergunningbesluiten die zijn gebaseerd op de PAS (Programma Aanpak Stikstof). Het uitgangspunt daarbij is dat de PAS in strijd is met de Europese habitatrichtlijn. Verder vormt volgens ons het PAS-beleid geen goede basis om de natuurschade door ammoniak uit de veehouderij aan te pakken. Met de PAS zijn we daar dan in 2080 (!) nog niet mee klaar. 

Om te weten of de PAS in strijd is met het Europees recht heeft de Raad van State besloten dat ze een nadere uitleg van de Europese Habitatrichtlijn nodig heeft. Die uitleg mag de Raad van State niet zelf bedenken, omdat die uitleg vervolgens geldt voor alle rechters van de Europese Unie. De raad van State legt daarom haar zogenoemde prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie in Luxemburg.

De PAS is een belangrijk stuk regelgeving omdat het de toestemming regelt voor activiteiten die stikstofneerslag veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Het gaat daarbij niet alleen om uitbreidingen van veehouderijen, maar ook om de bouw van nieuwe woonwijken en de aanleg van wegen.

De prejudiciële vragen gaan over twee verschillende kwesties. De ene kwestie is: mag de PAS op grond van de Europese Habitatrichtlijn worden gebruikt voor het verlenen van natuurvergunningen? De andere kwestie gaat over de vraag of er voor het weiden van vee en het bemesten van gronden, een natuurvergunning nodig is of niet.

Er zijn op dit moment meer dan 200 zaken bij de Raad van State in behandeling waarbij gesteld wordt dat de PAS niet deugt. De Raad van State gaat in deze zaken geen uitspraak doen en wacht af wat het antwoord van het Europese Hof is op de prejudiciële vragen. Ze heeft wel gevraagd om een spoedige behandeling.

Verder heeft de Raad van State een gebrek geconstateerd in de PAS. De Raad van State heeft daarom de minister en staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Infrastructuur en Milieu gevraagd of ze in de tussentijd, op andere onderdelen dan de hierboven genoemde, de PAS al wil gaan toelichten en verbeteren. De Raad vond de onderbouwing van de PAS namelijk niet voldoende, omdat niet zeker is dat de PAS de ammoniakuitstoot zal terugdringen.

 

Meer informatie in de volgende uitspraken van de Raad van State:
- RvS_Uitspraak_201506170-1-R2_en meer
- RvS_Uitspraak_201600614-1-R2_en meer

.

Citaten over LFGApril 2017. Uit de meldingen van 2016 blijkt dat voor veel mensen de milieuoverlast doordringt tot in het huis wat vermijden ervan vrijwel onmogelijk maakt. Relaties en gezinnen komen onder grote spanning te staan als gevolg van de gezondheidsklachten en de uitzichtloosheid. Laag frequent geluid, elektromagnetische straling en luchtvervuiling (75% door houtstook) zijn de meest genoemde soorten overlast die hiervan de oorzaak zijn.
Bij pogingen om de milieuoverlast op te sporen en/of terug te dringen stuiten de melders vaak op onbegrip, blijkt gedegen meting van de overlast moeilijk te krijgen en ontbreekt het aan wet- en regelgeving om bronnen aan te pakken. Elke melding is een roep om hulp voor de persoonlijke situatie, omdat mensen werkelijk niet meer weten wat ze nog kunnen ondernemen. Erkenning van de problemen, goede meetmethoden voor persoonlijke situaties en wet- en regelgeving is hard nodig.
Per januari 2017 zijn we gestopt met de registratie van de klachten. Inmiddels zijn er verscheidene meldpunten waar klachten over specifieke milieuoverlast gemeld kunnen worden. En we willen onze capaciteit inzetten om de hierboven geschetste doelen (erkenning, kunnen meten, wet- en regelgeving) te bereiken.

 

Bekijk hier de Rapportage gezondheidsklachten door milieu 2016

Bekijk hier het overzicht van meldingen

 

.

Op veel plaatsen in Nederland wordt hout ingezet als brandstof voor de opwekking van elektriciteit en warmte. Maar de Tweede Kamer vindt dat de subsidie voor grootschalige bijstook van hout in kolencentrales moet worden stopgezet. Volgens de Tweede Kamer moet deze subsidie ingezet worden voor échte vormen van duurzame energie, zoals zon, windenergie en aardwarmte. De KNAW (Koninklijke Academie voor Wetenschappen) stelt dat de Nederlandse overheid de subsidie op houtstook moet staken. Houtstook levert geen klimaatwinst, integendeel. Pas na de kap en verbranding van hout worden bomen weer aangeplant (als deze al voldoende worden aangeplant). Het terugvangen van CO2 vindt dan pas over 25 tot 100 jaar later plaats. Zo wordt een zgn. koolstofschuld opgebouwd: de CO2 wordt eerst in de lucht gebracht en pas veel later vastgelegd. In plaats van nu hout te stoken moeten we eerst heel veel hout aanplanten en kunnen we over tientallen jaren, met beleid, het hout gaan kappen.

Om aan de doelstelling van het Nederlandse Energieakkoord in 2020 te voldoen is ca. 10 miljoen ton energiehout per jaar nodig. 90% van het energiehout dient geïmporteerd te worden. Dé voorraadschuur van energiehout (het zuid oosten van de VS) levert jaarlijks 20 tot 30 miljoen ton energiepellets. Enkele kleine landen (zoals Nederland) zouden daarmee in hun vraag (tot 2020) kunnen voorzien. Er is dus mondiaal te weinig hout om aan de brandstofvraag te voorzien. De druk om buiten deze bossen hout te kappen wordt daarmee groter. Hierdoor lopen ook oerbossen het risico  om gekapt te worden en omgezet te worden in houtakkers. Dat kan de bedoeling van de Nederlandse subsidie toch niet zijn.

In sommige situaties, zoals bij de biomassa centrale in Nijmegen is door Engie afgesproken dat alleen duurzaam gewonnen hout uit de regio (een straal van 100 km) gebruikt zal worden. Ook een Utrechtse initiatief gaat daarvan uit. De vraag is of er wel voldoende hout in Nederland beschikbaar is. En wat betekent het winnen van dit hout voor de biodiversiteit in onze bossen? Maarten Visschers van de Gelderse Natuur en Milieufederatie (GNMF) ging op 17 maart in op deze en andere vragen.

 

Klik hier om de presentatie van Maarten Visschers te bekijken

 

.

Nitrate-concentrations of run-off water in NLJanuari 2017.Het Nederlands mestbeleid schiet tekort. Al jaren voldoet Nederland niet aan de geldende minimum water- en bodemkwaliteitseisen, zoals vast gelegd in de Nitraatrichtlijn. Dit blijkt uit het rapport van een Europees onderzoek uit 2016 naar de kringlopen van mineralen.

De Nitraatrichtlijn is in 1991 gepubliceerd en is juist bedoeld ter bescherming van het oppervlaktewater en grondwater tegen verontreinigingen door nitraten vanuit de landbouwsector. De regering wil de Europese Commissie opnieuw vragen om uitstel (derogatie). Wij zijn het daar niet mee eens en hebben daarom samen met MOB een klachtenbrief geschreven naar de Europese commissie.

 

Klik hier om de brief te lezen

 

Zie ook het rapport:

Resource Efficiency in Practice – Closing Mineral Cycles

 

.

Vuurwerkgrafiek10 jan 2017. Een flinke groep vrijwilligers heeft meegedaan met het in kaart brengen van fijn stof door vuurwerk. Het project is uitgevoerd samen met het RIVM dat alle gegevens verzamelde. Doel was onder andere na te gaan of je met eenvoudige en goedkope sensoren fijn stof kunt meten. Dat blijkt te lukken. Natuurlijk zijn de metingen niet zo precies en betrouwbaar als de officiële RIVM metingen, maar de uitkomsten laten een duidelijke piek zien vlak na 12 uur ’s nachts. De door de sensoren gemeten stofconcentraties waren kort na middernacht op veel locaties wel 3 tot 10 keer zo hoog als daarvoor. In de grafiek staan  metingen van de sensoren in oost Nederland. Iedere sensor heeft in de grafiek zijn eigen kleur. Uiteraard zijn de pieken niet overal hetzelfde omdat er niet overal evenveel vuurwerk wordt afgestoken. Ook is op de grafiek te zien dat het vuurwerk op sommige plaatsen ook na 12 uur nog doorgaat.

 

Alle metingen en ervaringen zijn te vinden op: https://www.samenmetenaanluchtkwaliteit.nl/vuurwerk-2016-2017

 

.

Dec 2016. Het televisieprogramma Monitor besteedde in december 2016 aandacht aan de overlast door houtstook. Een op de tien Nederlanders heeft last van houtrook van de buren. Deze mensen kunnen er niet van slapen en moeten soms hun hele huis dichtplakken om er niet ziek van te worden.
Alle 25 GGD-en in Nederland zijn het er over eens dat mensen die Monitor over houtrookoverlast ervaren door houtrook onvoldoende beschermd worden. Ze pleiten allemaal voor meer maatregelen om overlast door houtrook tegen te gaan. Nu zijn die niet mogelijk. Als de kachel en het stookkanaal aan alle regelgeving voldoen, is er niets dat de stokende buren tegen kan houden. Sterker nog: op veel plaatsen wordt het stoken van hout gepropageerd als een milieuvriendelijk alternatief. Dat is het dus beslist niet: 2 uur de open haard gebruiken vervuilt net zoveel als een vrachtwagen die van Brussel naar Parijs rijdt. Het verschil is alleen dat de vervuiling door houtrook op een plaats blijft hangen en de vrachtwagen zijn luchtvervuiling over een groter oppervlak verspreidt. Het is dus te begrijpen dat de milieuvervuiling door houtrook plaatselijk zeer groot kan zijn.

 

Het televisieprogramma is terug te kijken op: http://demonitor.ncrv.nl/uitzendingen/rookoverlast-door-houtkachels

 

.

logo_gezondheidsraadDec 2016. Onzichtbaar kleine plastic deeltjes vervuilen zeeën en rivieren. Deze microplastics komen in het milieu door slijtage van grotere stukken plastic of bijvoorbeeld bij het wassen van synthetische kleding. Ze hopen zich op in mosselen en ander seafood, en komen zo ook in het maagdarmkanaal van mensen terecht. De microplastics komen ook voor in de lucht en dan kunnen we ze inademen. Hoe ongezond dat is, weet op dit moment niemand. De Gezondheidsraad vindt dat voorzorgsmaatregelen nodig zijn. Ze vindt dat er onderzoek gedaan moet worden naar de blootstelling aan plastic deeltjes en naar hun schadelijkheid voor de gezondheid. Dit advies heeft gezondheidsraad op 15 december 2016 aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu gegeven.

 

Link naar het advies: https://www.gezondheidsraad.nl/nl/nieuws/microplastics-in-het-milieu-een...

 

.

December 2016. Het theatercollectief Vloeken in de Kerk organiseert voorstellingen, waarin kerkelijke elementen nieuw leven wordt ingeblazen. Ze noemen het zelf “zinnenprikkelende diensten vol actualiteit, theater en muziek”. Hun leidraad voor dit seizoen vormen de 7 deugden, waarbij op 20 december de deugd gematigdheid centraal stond. Met zelf gemaakte liedjes en teksten deden de spelers een appel op de toeschouwer om eens beter stil te staan bij de milieuproblemen en de manieren waarop je zelf een bijdrage kunt leveren aan de oplossing ervan. Het was een afwisselende voorstelling in een passende locatie namelijk de Geertekerk in Utrecht. De dienst werd, geheel in kerststijl opgeluisterd door een koor, theaterkoor Bonton uit Utrecht.
De gast(s)preker Niels Götz waarschuwde dat als we ons gedrag willen veranderen we moeten oppassen voor een al te groot vertrouwen in ons denkvermogen. Als we al onze beslissingen overdenken zijn we ’s ochtends om 11 uur al uitgeput vertelde hij, daarom doen we het meeste op de automatische piloot. Nu is juist de automatische piloot een deel van ons primitieve brein, dat vooral bezig is met zaken als voedsel, veiligheid en sex. Kortom het is aan te bevelen om nieuwe gewoonten aan te leren, dat kost minder energie dan steeds je milieugedrag te overdenken. Bij een kerkdienst hoort een collecte en op initiatief van Vloeken in de Kerk was die gewijd aan Leefmilieu. Wij waren er natuurlijk blij mee, maar ook met de hele voorstelling. Intens en modern engagement voor milieu, daar kunnen wij geen genoeg van krijgen.

 

Bekijk hier de facebookpagina van Vloeken in de Kerk

 

 

.

Op 30 november en 1 december 2016 vond er in Den Haag een tweedaagse rechtszitting plaats. Bij de Raad van State werd de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) aan de orde gesteld: het 6 jarig beleidsplan dat de schade door stikstof terug moet dringen.

Valentijn Wösten vertegenwoordigde Leefmilieu. Hij betoogde namens de vereniging dat:

 

      Het ambitieniveau van de PAS ernstig onvoldoende is: de ambitie is om in 6 jaar tijd 5% van de stikstofdepositie te verminderen terwijl er voor de natuur veel meer nodig is. Met dit ambitieniveau zal dit probleem na 100 jaar reductiebeleid (startdatum ca. 1980) nog niet zijn opgelost.
  Bij de PAS neem je een voorschot op toekomstige natuurherstelmaatregelen. Dat is de omgekeerde wereld, omdat je eerst vervuilt en daarna gaat herstellen. Bovendien betreft het zekere schade en een onzeker hersteleffect. Het is daarom ook de vraag of dat beleid juridisch houdbaar is gezien de eerdere uitspraak van het Europese Hof hierover. Het Europese Hof oordeelde in het Orleans Arrest negatief over de uitbreiding van de Antwerpse haven, omdat de in die zaak geplande natuurmaatregelen nog niet waren voltooid op het moment dat de toestemming verleend werd.
 
  • In de toekomst zullen heel veel kosten gemaakt moeten worden om de inbreuk op de dan definitief verleende vergunningen te compenseren.

 

Het wel of niet overeind houden van dit landsdekkende totaalprogramma is een ingewikkelde en verstrekkende zaak. De Raad van State had daarom de verschillende partijen vooraf gevraagd om onderzoeksvragen te beantwoorden. Dit is een nieuwe aanpak van de bestuursrechter, en vanwege de complexiteit dringend nodig, zodat alle partijen enigszins een leidraad hadden bij de voorbereiding van de rechtszitting. Wij zien de uitspraak met vertrouwen tegemoet, maar het kan nog wel even duren voordat die bekend is.

 

- Lees hier de pleitnotitie van Valentijn Wösten
- Meer informatie over de PAS

 

.

Monitor_Megastallen_PluimveeOp 13 november 2016 zond de NCRV het televisieprogramma De monitor uit waarin het probleem van fijn stof door megastallen met kippen aan de orde gesteld werd. De journalisten lieten daarin zien dat scharrelkippen niet goed zijn voor de gezondheid van de omwonenden omdat deze kippen veel fijn stof produceren bij het buiten scharrelen. Dat geeft dus een dilemma: kies je voor een ei van een kip die een beter leven heeft of voor een ei dat beter is voor de gezondheid van de omwonenden. Op sommige plaatsen zoals in Nederweert loopt de luchtkwaliteit wel erg uit de hand. De monitor laat schrijnende gevallen zien van mensen die gedwongen door de hoeveelheid fijn stof en geur hun huis niet uitkomen en sosm zelfs verhuizen.Intussen gaan de uitbreidingen gewoon door, in plaats van dat de aantallen dieren verminderd worden of dat er tenminste een pas op de plaats gemaakt wordt.

 

Klik hier om het programma te bekijken via Uitzending gemist

 

.

November 2016. Een van de belangrijkste maatregelen tegen de toename van het broeikasgas CO2, die het rijk neemt, is het geven van subsidie voor het verbranden van hout in elektriciteitscentrales. Hiervoor is 3,5 miljard euro beschikbaar gesteld. Dit is een slecht idee. Elektriciteitscentrales op hout produceren twee keer zoveel CO2, als centrales op aardgas. De gedachte achter de subsidie is dat de bomen wanneer ze groeien de CO2 opnieuw vastleggen. Echter, dit aanplanten gebeurt pas na de kap en verbranding van het hout. Eerst komt er dus veel CO2 vrij en veel later wordt die CO2 weer vastgelegd, maar pas over 25 tot 100 jaar. De subsidie leidt er dus toe dat we een koolstofschuld opbouwen die we hopelijk in de toekomst met zijn allen wereldwijd gaan aflossen. Het helpt dus niet om de CO2 in de atmosfeer op dit moment te verminderen, integendeel. Het is veel verstandiger om eerst heel veel bos aan te planten en dan over tientallen jaren te kijken of daarin gekapt kan worden. Daarbij moet je ook rekening houden met het feit dat processen als oogsten, versnipperen, drogen en vervoeren van het hout energie kosten.
Afvalhout is bovendien een waardevolle grondstof die gebruikt werd voor het maken van spaanplaat, maar die toepassing is nu verdrongen. In plaats daarvan wordt het hout verbrand in de elektriciteitscentrales. Om de bodemvruchtbaarheid in de bossen in stand te houden moet je ook niet alle naalden en takken gaan weghalen, zoals sommigen van plan zijn. Kortom zoek de oplossing voor het terugdringen van CO2 in het isoleren van huizen en het investeren in duurzame energie. Dan is met 3,5 miljard subsidie veel meer te bereiken en met veel minder nadelen.

 

Bronnen:
- http://mkatan.nl/nrc-columns/537-sjoemelhout
- Visiedocument-biobrandstof van KNAW

 

.

Okt 2016. Op verzoek van de minister heeft de Sociaal-Economische Raad (SER) een advies uitgebracht over de toekomst van de veehouderij. Dit advies getiteld Versnelling duurzame veehouderij liegt er niet om. De SER stelt vast dat de sector een groot probleem heeft. Aan de ene kant is de economische positie van veel bedrijven dramatisch en aan de andere kant worden de risico’s van de veehouderij voor de volksgezondheid en de milieu-overlast maatschappelijk niet meer geaccepteerd. De SER adviseert met spoed te kiezen voor een duurzame veehouderij en daarbij in te zetten op het stimuleren van een voorhoede van veehouders en niet meer te investeren in de achterhoede. Duurzaamheid betekent in dit verband het produceren met de best beschikbare technieken en daarbij ook letten op volksgezondheid, dierenwelzijn en voedselkwaliteit.

 

SER_Versnellen duurzame veehouderij

Het bijzondere in dit advies is dat de SER aandringt op regie. Volgens de SER is een centrale coördinatie van de verduurzaming van de veehouderij onontkoombaar. Het kabinet moet volgens de SER een regisseur duurzame veehouderij instellen. Het takenlijstje van deze regisseur is lang. Hij moet de verduurzaming van de sector aanjagen, aanbevelingen doen voor beleid en als het niet goed gaat ingrijpen. Kortom als het advies van de SER opgevolgd wordt, gaat er veel veranderen.

 

Vanuit Leefmilieu hebben we daarbij veel sympathie voor de aandacht die SER besteedt aan het aspect handhaving. Zij zegt letterlijk op blz. 9 over de nieuwe regels: “In de praktijk worden die aangescherpte regels te weinig gehandhaafd. Dit schaadt de maatschappelijke waardering voor de sector en het vertrouwen in de overheid.” De SER gaat zelfs verder en wijst er nadrukkelijk op, dat de overheden toezicht op elkaar kunnen houden. Als een gemeente onvoldoende handhaaft, kan de provincie  de gemeente verplichten te handhaven en als op haar beurt de provincie slecht handhaaft is het rijk bevoegd om in te grijpen.

 

Het is een hoopvol advies dat de SER heeft gemaakt, nu maar hopen dat de rijksoverheid niet terugschrikt voor de rol van regisseur en de handhaving net zo serieus gaat nemen als de SER.

 

Klik hier om het rapport te bekijken

 

.

Op 14 oktober 2016 organiseerde het Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid haar jaarlijkse symposium. Dit jaar was het thema “Van kennis naar toepassing in de praktijk: samen aan de slag!”. Start van het symposium vormde een korte samenvatting van het rapport Veehouderij en gezondheid omwonenden door professor Heederik. De boodschap uit zijn presentatie was: ga direct aan de slag met het terugdringen van het fijn stof afkomstig van de intensieve veehouderij, dat geeft winst voor de gezondheid van omwonenden. Vervolgens waren er debatten en workshops. In de debatten bleek dat er van de landelijke overheid op korte termijn niets te verwachten is, ja misschien een handreiking of zo, en dat is heel erg. Er ontbreekt op dit moment namelijk een juridisch kader om de gezondheid mee te laten wegen in het milieubeleid. Dus  gemeenten die toch proberen de gezondheidseffecten van de intensieve veehouderij aan te pakken, steken hun nek uit. Dat is mooi, maar onvoldoende. De situatie vraagt om meer, namelijk om een milieuregelgeving die een einde maakt aan de aparte status van de intensieve veehouderij vergeleken met de “gewone” bedrijven. Milieuregelgeving die ook in de vele gemeenten die het probleem nog niet willen aanpakken, de burgers gaat beschermen.

 

Het was een goed georganiseerd symposium met een grote deelname van ambtenaren, medici, agrariërs en actieve burgers. Het lijkt erop dat die actieve bewoners nog veel werk zullen moeten verzetten om, samen met goedwillende ambtenaren, bedrijven en politici, landelijke regelgeving voor elkaar te krijgen. Een onwillige regisseur bewegen om toch de regie te nemen… gemakkelijk zal dat niet zijn.

 

Meer informatie:
- Het RIVM-rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden
- De publiekssamenvatting van het RIVM-rapport
- De presentatie van professor Heederik
- Het officiele verslag van dit symposium

 

Symposium Den Bosch

 

.

September 2016. De provincie Gelderland had Leefmilieu uitgenodigd om een groep ondernemers bij te praten over haar ervaringen met mediation. De bijeenkomst had op 26 september plaats in Loenen, op de papierfabriek van Solidpack.
In de presentatie van de voorzitter van Leefmilieu kwam uiteraard de lange (juridische) voorgeschiedenis met de puinbreker van Dura Vermeer in Nijmegen aan de orde. De nadruk van de presentatie lag vooral op het antwoord op de vraag wat je van het proces kunt leren. Kern van het antwoord was: neem je tijd en zorg dat er vertrouwen ontstaat. Dat laatste ligt voor de hand, maar blijkt in de praktijk een kwetsbaar proces. Er werd daarom dieper ingegaan op de factoren die maakten dat het vertrouwen in dit geval kon groeien. De relevante voorwaarden waren volgens de voorzitter van Leefmilieu, Marga Jacobs:

  • De omgeving was goed georganiseerd in een bewonersvereniging, dat geeft de achterban vertrouwen in de oplossingen en geeft alle betrokkenen een duidelijke partij waarmee gepraat kan worden.
  • Er was kennis beschikbaar bij Leefmilieu over fijn stof en geluid. Dat zorgt voor vertrouwen in de oplossingen en zorgt voor een gesprekspartner die serieus genomen wordt.
  • Er was druk vanuit de eigen duurzaamheidsdoelstellingen van het bedrijf, maar ook vanuit de overheden. Dat maakt het mogelijk om naar het hogere management onorthodoxe oplossingen voor te stellen (en daarvoor geld vrij te maken).
  • Vertrouwen in de mediator (die was al bekend bij de bewoners- en milieugroepen).

Kortom vertrouwen bouwen veronderstelt veel inzet en ruggengraat bij alle betrokkenen in het proces.
Alle partijen moeten aan de ene kant soepel kunnen zijn naar elkaar, maar aan de andere kant de oplossing naar hun stakeholders kunnen verdedigen.

 

Bekijk hier een korte samenvatting van de presentatie

 

.

In augustus 2016 hebben we een uitgebreide brief ontvangen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu als reactie op onze rapportage over milieu gerelateerde gezondheidsklachten. In onze eigen brief bij het rapport vroegen wij om speciale aandacht voor de milieuoverlast laagfrequent geluid, elektromagnetische straling en houtrook. Het ministerie reageert in haar brief uitgebreid op elk onderwerp.

 

De gezondheidslast als gevolg van LFG wordt door het ministerie erkend als het gaat om hinder en slaapverstoring. Voor andere gezondheidsklachten bestaat er geen consensus, zo is geschreven in de factsheet van het RIVM. LFG problemen zijn complex en daarom is er een richtlijn ontwikkeld hoe met name GGD´en cases over LFG kunnen aanpakken. Er is momenteel helaas geen voornemen tot landelijke regelgeving.

 

Ten aanzien van elektromagnetische straling (EMV)  geeft het ministerie aan dat de internationale gezondheidsnormen in Nederland niet overschreden worden. Tevens is er nog onvoldoende bewijs dat EMV gezondheidsklachten geeft. Er loopt nog wel een onderzoeksprogramma dat I&M subsidieert. De rijksoverheid treft momenteel geen maatregelen om de blootstelling te verlagen.

 

Wat betreft houtrook zijn de gemeenten aan zet. Zij hebben de middelen (via bouwbesluit) om stokers die hinder veroorzaken aan te pakken, aldus I&M. Om oplossingen in kaart te brengen is een platform opgericht, dat in 2017 met een overzicht van mogelijkheden zal komen. Pas in 2022 komen er strenge Europese normen voor de uitstoot van nieuwe kachels.

 

- Lees hier de brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu

- Lees hier de factsheet LFG van het RIVM (2013)

 

.

Juli 2016.  Mensen die in de buurt van veel veehouderijen wonen hebben een lagere longfunctie, vaker longontsteking en Cover_VGOCOPD-patiënten hebben meer last van complicaties. Astma en allergieën komen juist minder vaak voor. Dit blijkt uit het zojuist verschenen RIVM-rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden. Dit betreft een uitgebreid onderzoek onder omwonenden van veehouderijen in het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg, uitgevoerd door het RIVM, Universiteit Utrecht, Wageningen UR en het NIVEL.

 

De geconstateerde effecten op de longfunctie hebben verband met de hoeveelheid fijn stof, ammoniak en endotoxinen afkomstig van de veehouderij. Ook mensen die verder weg wonen van veehouderijen kunnen hier last van hebben. Het blijkt dat de longfunctie in het hele onderzoeksgebied lager wordt, wanneer de concentratie van ammoniak in de lucht hoog is. Dit ammoniak reageert met andere stoffen in de lucht, waardoor er extra fijn stof wordt gevormd, wat zich over grote afstanden kan verplaatsen. Deze effecten zijn vergelijkbaar met de schadelijke gezondheidseffecten van verkeer in een stad.

 

- Bekijk hier het RIVM-rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden

- Lees hier de publiekssamenvatting van dit rapport

- Bekijk hier de uitzending van Nieuwsuur over dit onderzoek

 

.

12 juli 2016. De gemeente Nijmegen streeft naar 40 procent minder roet in de lucht in het jaar 2022 ten opzichte van 2014. Om dit te bereiken wordt er een roetreductienorm vastgesteld. Deze Nijmeegse roetreductienorm heeft als doel om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ongezonde luchtkwaliteit veroorzaakt volgens het RIVM ongeveer 5 procent van de totale ziekte in Nederland, ook al wordt er in vrijwel heel Nederland voldaan aan de wettelijke normen voor fijn stof en NO2. Op dit moment bestaat er nog geen norm voor roet, enkele andere gemeenten zoals Amsterdam hebben zich ook een reductiedoel gesteld.

De autonome afname van de concentraties elementair koolstof (EC) in die periode bedraagt voor Nijmegen 34,5 procent tot 2025 (zie grafiek). Om de doelstelling van 40 procent minder roet in de lucht te bereiken zijn dan ook extra maatregelen nodig. Het gaat dan bijvoorbeeld om het stimuleren van schonere scheepvaart op de Waal en het bewuster omgaan met houtstook. Leefmilieu heeft inbreng geleverd op dit beleid en werkt  mee aan het ontwikkelen van een app tegen houtstookoverlast.

 

Bekijk hier het Collegevoorstel van de gemeente Nijmegen en het onderzoek dat door TAUW is gedaan.

 

.

Cover_EEA_airpollutionJuli 2016. Volgens het zojuist verschenen rapport van het Europese Milieuagentschap EEA over de luchtvervuiling in Europa nam in 2014 de uitstoot van ammoniak toe. Dat geldt ook voor Nederland. Nederland is een van de landen die te veel ammoniak in de lucht brengen: het Nederlandse emissieplafond voor ammoniak wordt overschreden. De bron van ammoniakuitstoot in Europa bestaat voor 94% uit landbouwactiviteiten zoals mestopslag, mest uitrijden en het gebruik van kunstmest. De grote verspreiding van ammoniak veroorzaakt een aantasting van de natuur en er wordt fijn stof gevormd dat de gezondheid van mensen schaadt.

Als je het vanaf 1990 bekijkt is de uitstoot van ammonia in Europa wel verminderd, maar lang niet zo snel als de uistoot van andere stoffen. Zo is de uistoot van zwaveldoxides sinds 1990 met 88% verminderd. Het is zorgelijk dat de zo noodzakelijke afname van ammoniakuitstoot nu niet meer doorzet en dat er zelfs sprake is van een toename terwijl de doelen nog niet gehaald zijn.

 

Zie rapporten:

- Air pollution from agriculture: EU exceeds international limit in 2014, EEA, juli 2016

- European Union emission inventory report 1990–2014 under the UNECE Convention on Long-range Transboundary Air Pollution (LRTAP), EEA, 2016.

 

.

Juni 2016. Bij de planning van de nieuwe woonwijk Brugkwartier heeft de gemeente Nijmegen geluidsmetingen laten verrichten aan het nabijgelegen transformatorstation (zie afbeelding). De resultaten van deze meting hebben geleid tot het besluit een geluidsscherm te bouwen van 7 meter hoog en 80 meter lang. Hierdoor kunnen woningen gebouwd worden tot op een afstand van 70 meter van dit trafostation. Uit de metingen blijkt dat dit station continu (dag en nacht) een geluid afgeeft met een bronsterkte van 80 - 97 dB(A). Bij schakelen kan dit oplopen tot 110 - 120 dB(A). Dit betreft een tonaal (laagfrequent) geluid met een frequentie van 100 Hz en veelvouden daarvan.
Voor wat betreft de toelaatbare geluidsniveaus bij woningen, is in deze situatie het Activiteitenbesluit van kracht. Hierin zijn onder meer de standaardgrenswaarden opgenomen waaraan woningen overdag, s ’avonds en s ’nachts mogen worden blootgesteld (respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A). Door het bouwen van het geluidsscherm verwacht de gemeente deze waarden te kunnen realiseren.

 

Wil je meer weten over de metingen en de beoogde effecten van het geluidsscherm, bekijk dan de volgende rapporten:
- Akoestisch onderzoek: De metingen
- Akoestisch onderzoek: Mogelijke maatregelen

 

Transformatorstation
Op de middelste foto een overzicht van het transformatorstation, waar links op de foto een begin is gemaakt met het uitgraven van de fundering voor het geluidsscherm.

 

.

Gezondheidsklachten 2015Juni 2016. Veel mensen zien hun woongenot totaal verziekt door milieuoverlast, zo blijkt uit de vierde rapportage over de meldingen milieu en gezondheid. Laag frequent geluid, elektromagnetische straling en luchtvervuiling (80% door houtstook) zijn de meest genoemde bronnen die hiervan de oorzaak zijn.
De melders worden letterlijk ziek door de milieuoverlast, zij rapporteren een veelheid aan gezondheidsklachten. Laag frequent geluid veroorzaakt voornamelijk slecht slapen, vermoeidheid en stress. Dit zijn klachten die ook bij elektromagnetische straling veelvuldig worden genoemd. Bij luchtvervuiling zijn de belangrijkste klachten ademhalingsklachten, hoofdpijn en geïrriteerde ogen.
De melders kunnen in hun eigen huis niet ontsnappen aan de milieuoverlast, het dringt letterlijk hun woning binnen. Dit maakt de impact zeer groot en veel melders schrijven de wanhoop nabij te zijn. Bij hun pogingen om de milieuoverlast op te sporen en/of terug te dringen stuiten ze vaak op onbegrip, blijkt gedegen meting van de overlast moeilijk te krijgen en ontbreekt het aan wet- en regelgeving om bronnen aan te pakken.
De roep om erkenning van de problemen, goede meetmethoden voor persoonlijke situaties en wet- en regelgeving blijft daarom onverminderd staan!

 

Bekijk hier de Rapportage gezondheidsklachten door milieu 2015

Bekijk hier het actuele overzicht van meldingen

 

.

Mei 2016. Er worden steeds meer nanomaterialen geproduceerd om in allerlei dagelijkse producten gebruikt te worden zoals kleding en cosmetica. Superkleine deeltjes kunnen daardoor vrijkomen in het milieu en er is nog weinig nagedacht over de effecten van dit afval. Omdat er nog veel onduidelijk is, is het belangrijk dat de verspreiding van nanodeeltjes via het afval verhinderd gaat worden. De Europese organisatie voor standaardisatie (ECOS) heeft daarom het initiatief genomen om een verklaring op te stellen om daarin op te roepen tot het nemen van maatregelen. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn:

  • - Beperk het internationaal transport van nanomaterialen, net zoals dat gebeurt bij gevaarlijk afval.
  • - Maak een Europees register van de producten die nanomaterialen bevatten.
  • - Stimuleer dat onderzoekers die nieuwe nanomaterialen ontwikkelen daarbij meteen nadenken over de milieu-impact in de afvalfase van het materiaal.
  • - Ontwikkel controleerbare criteria voor gerecyclede producten die nanomaterialen bevatten, zulke eisen zijn er nu nog niet.

Leefmilieu heeft samen met nog 120 organisaties deze declaratie ondertekend.

 

- Lees hier de declaratie
- Klik hier voor achtergrondinformatie