Home

Met haar uitspraak van 4 mei 2016 had de rechtbank Limburg de vereniging Leefmilieu niet-ontvankelijk verklaard in een zaak met betrekking tot een omgevingsvergunning van een pluimveehouderij in Kelpen-Oler, gemeente Leudal. Vereniging Leefmilieu heeft daarop hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.

In haar uitspraak van 5 juli 2017 had de Raad van State weinig woorden nodig, ze maakte korte metten met de uitspraak van de rechtbank Limburg. Ze verwees naar de statuten, de feitelijke werkzaamheden van de vereniging Leefmilieu en naar eerdere jurisprudentie om te concluderen dat Leefmilieu wel degelijk ontvankelijk is. Wij hoefden in dit geval niet eens extra informatie te verschaffen.

Het is een omstreden werkwijze van sommige (gemeente)besturen om milieugroepen in het defensief proberen te dringen door twijfel te uiten aan de ontvankelijkheid. Het is daarom de moeite waard om, als je wilt procederen bij de bestuursrechter, eerst de eigen statuten goed tegen het licht te houden en te zorgen dat je als groep meer doet dan juridische procedures. Dat zijn de zogenoemde feitelijke werkzaamheden waarvan in de uitspraak gesproken werd. Daarbij kun je denken aan voorlichting, bijeenkomsten organiseren, gesprekken met politici en ambtenaren en samenwerken met andere groepen. Zorg ervoor dat je deze activiteiten kunt aantonen met ontvangen en verzonden brieven, notulen van vergaderingen waar je hebt ingesproken, publicaties in de media enz.. Deze activiteiten moeten recent zijn, zo moet de organisatie bijvoorbeeld niet al meer dan een jaar niets gedaan hebben. Verder moeten de activiteiten ook een redelijke periode beslaan: de organisatie moet dus niet pas een paar maanden actief zijn. In ons geval blijken rechters vaak te volstaan met naar de website te kijken, maar dat zal enkel voldoende zijn indien de organisatie al jarenlang overduidelijk actief is. Mocht je organisatie toch niet-ontvankelijk worden verklaard, kan het de moeite waard zijn om in (hoger) beroep te gaan, mits aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan. Wie weet denkt de (hoger beroeps) rechter er toch anders over dan de gemeente of in ons geval de rechtbank. Voor de toekomst is de ontvankelijkheid dan beproefd en weet zeker waar je aan toe bent. De Rechtbank Limburg had in ons geval domweg haar huiswerk niet gedaan: de Raad van State had zich namelijk al eerder over dit punt uitgesproken, en de rechtbank heeft daar niets mee gedaan.

 

Lees hier de uitspraak van de RvS 201604472/1/A1

 

.

Onderwerpen: