Home | leefbaar buitengebied

Milieuproblemen buiten de stad rukken op: luchtvervuiling door fijn stof en micro-organismen zoals de Q-koorts. Op verzoek van bewonersgroepen in het buitengebied houdt de vereniging Leefmilieu er zich de laatste jaren steeds meer mee bezig.

 

Nationaal debat ‘intensieve veehouderij en volksgezondheid’ 9 maart in Deurne

Stop de stankOp 9 maart 2017 organiseert het Nationaal Burgerplatform  ‘Betere gezondheid door minder vee’ en het Platform Bezorgde Artsen een nationaal debat over de risico’s van intensieve veehouderij voor de volksgezondheid. (Aspirant) Tweede Kamerleden en artsen gaan met elkaar in debat en beantwoorden vragen van het publiek. Gespreksleider is Ron Lodewijks, voormalig journalist van het Brabants Dagblad. Doel is om burgers, met het oog op de verkiezingen van 15 maart 2017, te informeren over de standpunten van de verschillende politieke partijen aangaande dit thema.

Klik hier om het programma van deze bijeenkomst te bekijken.

Datum        donderdag 9 maart 2017
Plaats        Zalen van Bussel, St. Jozefstraat 77, Deurne
Aanvang    19:30 uur
Toegang    gratis

- terug naar boven -

Klacht naar Europese commissie over Nederlands mestbeleid

Nitrate-concentrations of run-off water in NLJanuari 2017.Het Nederlands mestbeleid schiet tekort. Al jaren voldoet Nederland niet aan de geldende minimum water- en bodemkwaliteitseisen, zoals vast gelegd in de Nitraatrichtlijn. Dit blijkt uit het rapport van een Europees onderzoek uit 2016 naar de kringlopen van mineralen.

De Nitraatrichtlijn is in 1991 gepubliceerd en is juist bedoeld ter bescherming van het oppervlaktewater en grondwater tegen verontreinigingen door nitraten vanuit de landbouwsector. De regering wil de Europese Commissie opnieuw vragen om uitstel (derogatie). Wij zijn het daar niet mee eens en hebben daarom samen met MOB een klachtenbrief geschreven naar de Europese commissie.

Klik hier om de brief te lezen

Zie ook het rapport:
Resource Efficiency in Practice – Closing Mineral Cycles

- terug naar boven -

Tweedaagse rechtszaak over de PAS

Op 30 november en 1 december 2016 vond er in Den Haag een tweedaagse rechtszitting plaats. Bij de Raad van State werd de PAS (Programmatische Aanpak Stikstof) aan de orde gesteld: het 6 jarig beleidsplan dat de schade door stikstof terug moet dringen.
Valentijn Wösten vertegenwoordigde Leefmilieu. Hij betoogde namens de vereniging dat:

  • Het ambitieniveau van de PAS ernstig onvoldoende is: de ambitie is om in 6 jaar tijd 5% van de stikstofdepositie te verminderen terwijl er voor de natuur veel meer nodig is. Met dit ambitieniveau zal dit probleem na 100 jaar reductiebeleid (startdatum ca. 1980) nog niet zijn opgelost.
  • Bij de PAS neem je een voorschot op toekomstige natuurherstelmaatregelen. Dat is de omgekeerde wereld, omdat je eerst vervuilt en daarna gaat herstellen. Bovendien betreft het zekere schade en een onzeker hersteleffect. Het is daarom ook de vraag of dat beleid juridisch houdbaar is gezien de eerdere uitspraak van het Europese Hof hierover. Het Europese Hof oordeelde in het Orleans Arrest negatief over de uitbreiding van de Antwerpse haven, omdat de in die zaak geplande natuurmaatregelen nog niet waren voltooid op het moment dat de toestemming verleend werd.
  • In de toekomst zullen heel veel kosten gemaakt moeten worden om de inbreuk op de dan definitief verleende vergunningen te compenseren.

Het wel of niet overeind houden van dit landsdekkende totaalprogramma is een ingewikkelde en verstrekkende zaak. De Raad van State had daarom de verschillende partijen vooraf gevraagd om onderzoeksvragen te beantwoorden. Dit is een nieuwe aanpak van de bestuursrechter, en vanwege de complexiteit dringend nodig, zodat alle partijen enigszins een leidraad hadden bij de voorbereiding van de rechtszitting. Wij zien de uitspraak met vertrouwen tegemoet, maar het kan nog wel even duren voordat die bekend is.

- Lees hier de pleitnotitie van Valentijn Wösten
- Meer informatie over de PAS

- terug naar boven -

Mestverwerker MACE in Gemert-Bakel moet milieu-effectrapportage maken

Op 16 november 2016 heeft de Raad van State beslist dat dierlijke mest waarvoor je betaalt om er vanaf te komen een afvalstof is. De mestverwerkingsinstallatie moet je dan dus aanmerken als een afvalverwerker en als je een dergelijke mestverwerkingsinstallatie wilt oprichten, met een capaciteit van meer dan 50 ton per dag, moet er een milieu-effectrapportage gemaakt worden.
Het bedrijf MACE was tegen het besluit van de provincie Noord-Brabant dat ze een MER moesten maken in beroep gegaan. Ze hebben dus ongelijk gekregen.

Klik hier om de uitspraak van de RVS te lezen.

- terug naar boven -

Megastallen met kippen een groot probleem

Monitor_Megastallen_PluimveeOp 13 november 2016 zond de NCRV het televisieprogramma De monitor uit waarin het probleem van fijn stof door megastallen met kippen aan de orde gesteld werd. De journalisten lieten daarin zien dat scharrelkippen niet goed zijn voor de gezondheid van de omwonenden omdat deze kippen veel fijn stof produceren bij het buiten scharrelen. Dat geeft dus een dilemma: kies je voor een ei van een kip die een beter leven heeft of voor een ei dat beter is voor de gezondheid van de omwonenden. Op sommige plaatsen zoals in Nederweert loopt de luchtkwaliteit wel erg uit de hand. De monitor laat schrijnende gevallen zien van mensen die gedwongen door de hoeveelheid fijn stof en geur hun huis niet uitkomen en sosm zelfs verhuizen.Intussen gaan de uitbreidingen gewoon door, in plaats van dat de aantallen dieren verminderd worden of dat er tenminste een pas op de plaats gemaakt wordt.

Klik hier om het programma te bekijken via Uitzending gemist

- terug naar boven -

Regie en handhaving zijn vereist volgens de SER

Okt 2016. Op verzoek van de minister heeft de Sociaal-Economische Raad (SER) een advies uitgebracht over de toekomst van de veehouderij. Dit advies getiteld Versnelling duurzame veehouderij liegt er niet om. De SER stelt vast dat de sector een groot probleem heeft. Aan de ene kant is de economische positie van veel bedrijven dramatisch en aan de andere kant worden de risico’s van de veehouderij voor de volksgezondheid en de milieu-overlast maatschappelijk niet meer geaccepteerd. De SER adviseert met spoed te kiezen voor een duurzame veehouderij en daarbij in te zetten op het stimuleren van een SER_Versnellen duurzame veehouderijvoorhoede van veehouders en niet meer te investeren in de achterhoede. Duurzaamheid betekent in dit verband het produceren met de best beschikbare technieken en daarbij ook letten op volksgezondheid, dierenwelzijn en voedselkwaliteit.

Het bijzondere in dit advies is dat de SER aandringt op regie. Volgens de SER is een centrale coördinatie van de verduurzaming van de veehouderij onontkoombaar. Het kabinet moet volgens de SER een regisseur duurzame veehouderij instellen. Het takenlijstje van deze regisseur is lang. Hij moet de verduurzaming van de sector aanjagen, aanbevelingen doen voor beleid en als het niet goed gaat ingrijpen. Kortom als het advies van de SER opgevolgd wordt, gaat er veel veranderen.

Vanuit Leefmilieu hebben we daarbij veel sympathie voor de aandacht die SER besteedt aan het aspect handhaving. Zij zegt letterlijk op blz. 9 over de nieuwe regels: “In de praktijk worden die aangescherpte regels te weinig gehandhaafd. Dit schaadt de maatschappelijke waardering voor de sector en het vertrouwen in de overheid.” De SER gaat zelfs verder en wijst er nadrukkelijk op, dat de overheden toezicht op elkaar kunnen houden. Als een gemeente onvoldoende handhaaft, kan de provincie  de gemeente verplichten te handhaven en als op haar beurt de provincie slecht handhaaft is het rijk bevoegd om in te grijpen.

Het is een hoopvol advies dat de SER heeft gemaakt, nu maar hopen dat de rijksoverheid niet terugschrikt voor de rol van regisseur en de handhaving net zo serieus gaat nemen als de SER.

Klik hier om het rapport te bekijken

- terug naar boven -

Regie ontbreekt in terugdringen gezondheidsoverlast veehouderij

Op 14 oktober 2016 organiseerde het Kennisplatform Veehouderij en humane gezondheid haar jaarlijkse symposium. Dit jaar was het thema “Van kennis naar toepassing in de praktijk: samen aan de slag!”. Start van het symposium vormde een korte samenvatting van het rapport Veehouderij en gezondheid omwonenden door professor Heederik. De boodschap uit zijn presentatie was: ga direct aan de slag met het terugdringen van het fijn stof afkomstig van de intensieve veehouderij, dat geeft winst voor de gezondheid van omwonenden. Vervolgens waren er debatten en workshops. In de debatten bleek dat er van de landelijke overheid op korte termijn niets te verwachten is, ja misschien een handreiking of zo, en dat is heel erg. Er ontbreekt op dit moment namelijk een juridisch kader om de gezondheid mee te laten wegen in het milieubeleid. Dus  gemeenten die toch proberen de gezondheidseffecten van de intensieve veehouderij aan te pakken, steken hun nek uit. Dat is mooi, maar onvoldoende. De situatie vraagt om meer, namelijk om een milieuregelgeving die een einde maakt aan de aparte status van de intensieve veehouderij vergeleken met de “gewone” bedrijven. Milieuregelgeving die ook in de vele gemeenten die het probleem nog niet willen aanpakken, de burgers gaat beschermen.

Het was een goed georganiseerd symposium met een grote deelname van ambtenaren, medici, agrariërs en actieve burgers. Het lijkt erop dat die actieve bewoners nog veel werk zullen moeten verzetten om, samen met goedwillende ambtenaren, bedrijven en politici, landelijke regelgeving voor elkaar te krijgen. Een onwillige regisseur bewegen om toch de regie te nemen… gemakkelijk zal dat niet zijn.

Meer informatie:
- Het RIVM-rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden
- De publiekssamenvatting van het RIVM-rapport
- De presentatie van professor Heederik
- Het officiele verslag van dit symposium

Symposium Den Bosch

- terug naar boven -

Pluimveesector en Milieu en Gezondheid

Op 28 juli heeft de vereniging Leefmilieu een brief gestuurd naar het Ministerie van Infrastructuur en Milieu over de pluimveesector.  In deze brief vragen wij aandacht voor het terugdringen van de uitstoot van fijn stof en endotoxinen door de pluimveesector. Volgens ons is daarbij speciale aandacht nodig voor de situaties die ontstaan bij pluimveestallen met open uitloop. Het blijkt namelijk dat overdekte uitlopen gebruikt worden voor permanente huisvesting, terwijl ze in de vergunning niet als zodanig worden benoemd.
In haar antwoord stelt het Ministerie, dat als de uitloopruimte wordt gebruikt voor permanente huisvesting, die ook moet voldoen aan de eisen voor een stal. Dit betekent, dat als er in de vergunning wordt aangegeven, dat de stal mechanisch wordt geventileerd, ook de uitloop die wordt gebruikt voor permanent huisvesting, mechanisch moet worden geventileerd. Anders kan er door de gemeenten handhavend worden opgetreden.

- De brief van Leefmilieu van 28 juli 2016.
- Het antwoord van de Ministerie van Infrastructuur en Milieu van 22 september 2016.

- terug naar boven -

Veehouderijen ongezond voor de longen

Juli 2016.  Mensen die in de buurt van veel veehouderijen wonen hebben een lagere longfunctie, vaker longontsteking en Cover_VGOCOPD-patiënten hebben meer last van complicaties. Astma en allergieën komen juist minder vaak voor. Dit blijkt uit het zojuist verschenen RIVM-rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden. Dit betreft een uitgebreid onderzoek onder omwonenden van veehouderijen in het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg, uitgevoerd door het RIVM, Universiteit Utrecht, Wageningen UR en het NIVEL.

De geconstateerde effecten op de longfunctie hebben verband met de hoeveelheid fijn stof, ammoniak en endotoxinen afkomstig van de veehouderij. Ook mensen die verder weg wonen van veehouderijen kunnen hier last van hebben. Het blijkt dat de longfunctie in het hele onderzoeksgebied lager wordt, wanneer de concentratie van ammoniak in de lucht hoog is. Dit ammoniak reageert met andere stoffen in de lucht, waardoor er extra fijn stof wordt gevormd, wat zich over grote afstanden kan verplaatsen. Deze effecten zijn vergelijkbaar met de schadelijke gezondheidseffecten van verkeer in een stad.

- Bekijk hier het RIVM-rapport Veehouderij en Gezondheid Omwonenden
- Lees hier de publiekssamenvatting van dit rapport
- Bekijk hier de uitzending van Nieuwsuur over dit onderzoek

- terug naar boven -

Ammoniakuitstoot Nederland te hoog

Cover_EEA_airpollutionJuli 2016. Volgens het zojuist verschenen rapport van het Europese Milieuagentschap EEA over de luchtvervuiling in Europa nam in 2014 de uitstoot van ammoniak toe. Dat geldt ook voor Nederland. Nederland is een van de landen die te veel ammoniak in de lucht brengen: het Nederlandse emissieplafond voor ammoniak wordt overschreden. De bron van ammoniakuitstoot in Europa bestaat voor 94% uit landbouwactiviteiten zoals mestopslag, mest uitrijden en het gebruik van kunstmest. De grote verspreiding van ammoniak veroorzaakt een aantasting van de natuur en er wordt fijn stof gevormd dat de gezondheid van mensen schaadt.

Als je het vanaf 1990 bekijkt is de uitstoot van ammonia in Europa wel verminderd, maar lang niet zo snel als de uistoot van andere stoffen. Zo is de uistoot van zwaveldoxides sinds 1990 met 88% verminderd. Het is zorgelijk dat de zo noodzakelijke afname van ammoniakuitstoot nu niet meer doorzet en dat er zelfs sprake is van een toename terwijl de doelen nog niet gehaald zijn.

Zie rapporten:

- Air pollution from agriculture: EU exceeds international limit in 2014, EEA, juli 2016
- European Union emission inventory report 1990–2014 under the UNECE Convention on Long-range Transboundary Air Pollution (LRTAP), EEA, 2016.

- terug naar boven -

Nieuw stelsel van fosfaatrechten legt veehouderij aan banden

Maart 2016. In 2015 is in Nederland in totaal 176,3 miljoen kilo fosfaat geproduceerd. Dat is 3,4 miljoen kilo boven het door Europa vastgestelde fosfaatplafond. Als het de sector niet lukt om de fosfaatproductie weer in lijn te brengen met de Europese regels dan zou de sector extra kosten moeten maken, onder andere voor het verantwoord afvoeren van mest. Indicatief zijn die kosten berekend op € 100 miljoen per jaar. Om de fosfaatproductie in de melkveehouderij met de benodigde 4 procent te laten krimpen heeft staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken met de melkveesector afspraken gemaakt over de invulling van het fosfaatrechtenstelsel.

Het fosfaatrechtenstelsel gaat op 1 januari 2017 in. Uitgangspunt is dat boeren alleen fosfaat mogen produceren – en dus melkvee mogen houden – als ze voldoende fosfaatrechten hebben. Alle melkveebedrijven krijgen per 1 januari 2017 een hoeveelheid fosfaatrechten toegekend op basis van het aantal gehouden koeien op 2 juli 2015, de datum waarop het fosfaatstelsel werd aangekondigd. De totale hoeveelheid rechten die op deze manier wordt toebedeeld is echter te groot om de fosfaatproductie weer onder het Europese maximum te brengen. Er komt daarom een landelijk register en een aanpak voor de inkrimping van de melkveestapel. Boeren kunnen fosfaatrechten kopen van boeren die stoppen of inkrimpen, maar bij iedere transactie zal 10% van de rechten komen te vervallen net zo lang totdat de totale hoeveelheid fosfaat weer onder het Europese maximum komt.

Bij de invoering van dit stelsel is ervoor gekozen om extensieve, grondgebonden bedrijven zoveel mogelijk te ontzien. Boeren met veel grond in verhouding tot het aantal koeien – en die dus geen aandeel hebben in het fosfaatoverschot – krijgen extra rechten. Zij worden daardoor minder zwaar getroffen.

Bekijk hier de kamerbrief over fosfaatrechten melkveehouderij

Melkkoeien in de wei

- terug naar boven -

Onderteken de petitie

Logo PetitieMei 2016. De Brabantse bewonersgroepen verenigd in het Burgerplatform Minder Beesten zijn een petitie gestart om te komen tot een vermindering van het aantal dieren, te beginnen in Brabant.
Ze vragen provinciale Staten van Noord-Brabant om:

•    een onmiddellijke stop in te stellen op de groei van de veestapel
      in héél Brabant;
•    geen nieuwe mestfabrieken toe te staan;
•    de omschakeling naar grondgebonden en diervriendelijke
      veehouderijen maximaal te stimuleren;
•    maatregelen te treffen om de Brabantse veestapel
      fors in te krimpen.

De petitie kan door iedereen getekend worden, ook als je niet in Brabant woont.

https://petities.nl/petitions/nog-meer-mest-nog-meer-vee-provincie-brabant-stop-ermee?locale=nl

- terug naar boven -

Burgerplatform Minder Beesten

April 2016. Brabant is de meest veedichte provincie van Nederland. Er zijn veel varkens, kippen, koeien en geiten en de aantallen blijven logo minder beestenmaar groeien. De gevolgen voor de volksgezondheid, de leefbaarheid en het milieu zijn ernstig. Zo’n enorme veestapel leidt natuurlijk tot een gigantisch mestoverschot. De vee-industrie bouwt grote mestfabrieken in Brabant om nóg meer dieren te kunnen houden. Dat leidt tot verdere aantasting van de nu al overbelaste leefomgeving en tot grote risico’s voor de gezondheid. Lokale Brabantse bewonersgroepen hebben zich verenigd in het Burgerplatform Minder Beesten om te komen tot een vermindering van het aantal dieren. De vereniging Leefmilieu helpt met raad en daad met het realiseren van de website van dit platform.

Klik hier om het platform te bezoeken.

- terug naar boven -

Biovergisting van mest geen goed idee

Op 21 oktober 2015 organiseerde de provincie Gelderland een rondetafelgesprek over bio- en mestvergisters in het stadhuis van Arnhem. Johan Vollenbroek van MOB heeft daar de Satenleden uitgelegd wat er mis is aan het vergisten van mest: het lost niets op, maar integendeel je schept meer problemen. Dat zit als volgt. Strikt genomen is het probleem niet dat er mest teveel is, maar gaat het om het overschot aan nutriënten (voedingsstoffen) stikstof en fosfor in de mest. Dit probleem is echter niet op te lossen door de mest te vergisten, omdat je de nutriënten stikstof en fosfor niet kunt vergisten. Er komen dus evenveel nutriënten stikstof en fosfor uit de vergister als erin gaan. Er wordt dus geen gram van deze nutrienten vergist!
Om de vergisting te laten werken moeten er stoffen worden toegevoegd. Dit komt doordat in mest te weinig energie zit voor een minimaal acceptabele gasopbrengst. Daarom gaan er "energiegewassen" bij. In Duitsland gaat door dit perverse systeem nu 1/3 deel van de maisopbrengst rechtstreeks de vergister in volgens de Rabobank. De mais die de vergister ingaat, kan nu niet meer gebruikt worden als veevoer, zodat er meer veevoeder moet worden geïmporteerd vanuit bijvoorbeeld Zuid- Amerika. Dit heeft weer ernstige negatieve effecten voor het tropisch oerwoud als gevolg van meer vraag naar producten, die als basis dienen voor veevoer, bijvoorbeeld soja. Er gaan momenteel honderden miljoenen aan subsidies naar zogenaamde mestvergisters. Een pervers systeem met perverse subsidies.

Klik hier om de hele presentatie te bekijken.

- terug naar boven -

Geen ruimte voor burgers in Kennisplatform Veehouderij en Gezondheid

Op 13 oktober 2015 vond in Woerden een symposium plaats georganiseerd door het Kennisplatform Veehouderij en Humane Gezondheid. Het platform heeft tot doel om de beschikbare kennis over veehouderij in relatie met de gezondheid van mensen te beoordelen om zo, in de woorden van de voorzitter Annemarie Moons, te komen tot: “gewogen en gedragen kennis”.
Doel van de bijeenkomst was het bespreken van het Concept Basiskennisdocument en na te gaan of het stuk compleet en herkenbaar was. De genoemde thema’s waren wel herkenbaar: zoönosen, antibioticaresistentie, geur, fijn stof en endotoxinen. Al misten wij het onderwerp externe veiligheid, vanwege alle mestverwerkingsinstallaties wel. Maar het grootste probleem was de toon van het hele stuk: bagatelliserend en het stuk weerspiegelde zeker niet de zorgen van de omwonenden.
Op 13 oktober, tijdens de bespreking van het thema geur, kwam dit bijvoorbeeld ook duidelijk naar voren. Voor omwonenden is het duidelijk dat de concentratie van veel bedrijven in een beperkt gebied voor meer hinder zorgt. Maar het rapport weet het nog niet zeker, er moet nog onderzocht worden of de cumulatieve belasting “extra bijdraagt in de verklaring van hinder in de populatie”. Ook wordt alleen summier vermeld dat niet alle bronnen worden meegenomen, zoals bijvoorbeeld mest uitrijden, terwijl deze (citaat van blz. 36) “aan de hinderbeleving kunnen bijdragen”.
Ons lijkt het een duidelijke zaak: zet behalve wetenschappelijk instellingen, beleidsmakers en de veehouderijsector ook burgervertegenwoordigers in het bestuur van het Kennisplatform. Nu is dat niet het geval. De voorzitter, Annemarie Moons, vond dat ook niet nodig, hoewel er vanuit alle kanten op werd aangedrongen. Ons is het een raadsel hoe je het ideaal van “gewogen en gedragen kennis” kunt gaan realiseren zonder ook degenen waar het om gaat in het bestuur op te nemen.

Meer informatie vindt u op de webiste van het Kennisplatform: http://kennisplatformveehouderij.nl

KennisplatformVeehouderijGezondheid

- terug naar boven -

Boeren met de natuur als bondgenoot

Intensieve veehouderij en natuur staan op veel plaatsen met elkaar op gespannen voet. Leefmilieu wilde daarom kennis maken met boeren die proberen de natuur tot bondgenoot te maken. Op vrijdag 25 september 2015 gingen we, met een delegatie van juristen, actieve vrijwilligers en bestuursleden, naar Broekland. We bezochten daar Erik Valk, de voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM). Deze vereniging van kringloopboeren is opgericht omdat ze de mest niet in de bodem willen Excursie_VBBMinjecteren, maar bovengronds willen uitrijden. Deze boeren zijn er van overtuigd dat het natuurlijke verteringsproces van de bodem hierdoor veel beter kan plaats vinden en dat komt de bodemkwaliteit ten goede. Uiteraard moeten er aan de mest eisen worden gesteld, in dit geval ging het om mest van koeien die vrijwel geen krachtvoer en antibiotica krijgen. De koeien lopen zo veel mogelijk buiten in de wei en het bedrijf rijdt alleen de mest van de eigen koeien uit: kortom een grondgebonden bedrijf. Uiteraard kregen we ter plekke behalve uitleg ook een demonstratie. Samen bekeken we de verschillende stadia van de koeienvlaai, op een grasland waar behalve gras ook veel andere kruiden groeiden.   
De VBBM zet zich in om samen met andere veehouders in het netwerk GRONDig de belangen van de grondgebonden veehouders te vertegenwoordigen in de landelijke politiek. Dat is belangrijk want hun belangen lopen niet parallel met de meerderheid van de boeren, die juist steeds meer dieren op een stuk grond wil houden. Wij hopen dat dit geluid van boeren, die willen werken binnen de natuurlijke kaders, navolging zal krijgen en we zullen ze zeker steunen, want dat verdienen ze.

Bekijk hier een filmpje over het belang van een goede bodem

- terug naar boven -

Provincie Utrecht is blij met uitbreidingen die eigenlijk niet mochten

10 augustus 2015. De tientallen beroepszaken die MOB en de vereniging Leefmilieu in Utrecht winnen over de natuurbeschermingswet worden uiteraard ook besproken in de media. Daarbij bagatelliseert de provincie Utrecht de uitspraken. Dat is nog wel te begrijpen, want niemand verliest graag. Maar daarbij vliegt de projectleider uit de bocht en stelt dat alle ten onrechte vergunningen waartegen Leefmilieu en MOB geen bezwaar hadden gemaakt toch maar mooi definitief zijn geworden.

Citaat uit Nieuwe Oogst van 24 juli 2015: “Van een mislukking van de depositiebank wil de projectleider niet spreken. ‘Sinds 2011 zijn er voor ongeveer 350 bedrijven met saldo uit de depositiebank uitbreidingen mogelijk gemaakt waarvoor onherroepelijke vergunningen gelden.’ Provincie Utrecht heeft in haar stikstofbeleid in totaal 1.200 onherroepelijke vergunningen verleend, met en zonder de depositiebank. De recente uitspraak van de Raad van State heeft hier geen invloed op. 'Het Utrechtse beleid heeft daarmee voor een groot aantal bedrijven uitbreidingen mogelijk gemaakt', aldus Van de Poll.

Het lijkt erop dat de natuurbeschermingsvergunningen voor de provincie Utrecht meer een middel zijn geweest om uitbreidingen van bedrijven mogelijk te maken, dan een middel om de natuur te beschermen. Deze praktijk vraagt wel om een onderzoek.En mocht u zich afvragen, wie ziet er eigenlijk toe op een goede vergunningverlening? Het antwoord is niemand. Dus als wij als vereniging samen met MOB geen beroep hadden ingesteld dan was dit niet eens aan het licht gekomen.

Wij zijn boos over de bovengenoemde uitspraken in de media en daarom er is namens MOB en Leefmilieu hierover een brief naar de Provinciale Staten van Utrecht gestuurd.

Klik hier om de brief te lezen.

- terug naar boven -

Depositiebank van de provincie Utrecht beschermt de natuur niet

Atalata van opzij op klimop15 juli 2015. Zoals bekend hebben we in Nederland een zeer groot aantal landbouwhuisdieren, meer dan enig ander land in Europa. De door deze dieren veroorzaakte mest geeft grote natuurschade door de ammoniakemissies. Om te zorgen dat de natuur beschermd wordt, krijgen veehouders een natuurbeschermingswetvergunning om de ammoniakuitstoot te reguleren. De provincies verlenen dergelijke vergunningen. In Utrecht had de provincie daarvoor een banksysteem bedacht: de toename van de emissie van ammoniak bij bedrijfsuitbreidingen kan door die bank gecompenseerd worden door de afname van emissies ten gevolge van bedrijfssluitingen op een andere plek. De vereniging Leefmilieu en MOB waren het met de opzet van deze bank oneens en gingen in beroep bij de Raad van State. Op veel punten was de Raad van State het met onze bezwaren eens. De provincie Utrecht stelde dat de bank gestart was op 12 juli 2010, maar de provincie kon dat volgens de Raad van State niet hard maken. Op 12 juli 2010 was er hooguit sprake van vage plannen. Omdat er wel ingetrokken vergunningen uit 2010 in de bank werden opgenomen, heeft de bank ‘onechte emissies’ als positief saldo geboekt. Ook werden er vergunningen verleend zonder dat duidelijk werd welke ingetrokken vergunning daar tegenover stond. De ingebrachte stakende bedrijven waren niet controleerbaar. Bovendien was door deze aanpak van de provincie Utrecht niet uit te sluiten dat lokaal de natuur zou worden aangetast.

Deze uitspraak volgt op eerdere vernietigende uitspraken over salderingsbanken in de provincies Noord Brabant en Gelderland. Utrecht was de laatste provincie die een salderingsbank in stand wilde houden. Deze uitspraak is ook van belang vanwege de PAS. Immers, de salderingsbank is in essentie identiek aan de werksystematiek van de PAS.

De uitspraak van 15 juli 2015 raakt veel van de beroepen die door ons zijn ingesteld.

Klik hier om de uitspraak te lezen.

- terug naar boven -

Ook kleine toenames in stikstof vormen risico voor natuur

15 juli 2015. Leefmilieu en MOB hebben in Utrecht tegen talloze uitbreidingen van de intensieve veehouderij bezwaar aangetekend vanwege de manier waarop de Natuurbeschermingswetvergunningen zijn verleend. De provincie Utrecht vond dat alle stikstoftoenames onder de grens van 0,051 mol N/ha/jr zonder beperking vergund konden worden. Dat werd door Leefmilieu en MOB met kracht weersproken, omdat daarmee het merendeel van de deposities zijn gemoeid. Deze redenatie van de provincie is nu van tafel met deze gewonnen beroepszaken bij de Raad van State. De stikstoftoenames moeten, ook volgens de Raad van State, in alle gevallen getoetst worden op hun effecten voor de natuur. De provincie Utrecht krijgt 6 maanden de tijd om wel een juist besluit te nemen.

Alleen als er een zitting is geweest publiceert de Raad van State de uitspraak. In alle overige gelijkluidende gevallen is er geen zitting en wordt er alleen een brief gestuurd, waarin naar de eerdere uitspraak wordt verwezen. Dus lang niet van alle zaken die we gewonnen hebben zijn de uitspraken op internet te vinden.

Lees hier de uitspraak van de Raad van State waarin deze beslissing uitgebreid wordt toegelicht.

- terug naar boven -

Teken petitie tegen stankoverlast door veehouderij

Button_Petitie tegen stankDe burgergroep Max5odeur organiseert een petitie om de Tweede Kamer te vragen de geurnormen in het buitengebied bij te stellen naar maximaal 5 odeur voor het buitengebied en maximaal 2 odeur voor de bebouwde kom. Daarbij dienen dan wel alle geurbronnen meegeteld te worden.

 

Teken op: http://www.max5odeur.nl/

- terug naar boven -

Ambitie PAS is veel te laag

Op 24 april 2015 gaf Johan Vollenbroek een presentatie waarin hij inging op de PAS (Programma Aanpak Stikstof) waarop Leefmilieu en MOB zienswijzen hebben ingediend. Teveel stikstof betekent een aanslag op de natuur, vooral op arme zandgronden. En juist op die arme zandgronden staan veel bedrijven met intensieve veehouderij die deze stikstof produceren. Op dit moment zorgen Natuurbeschermingswetvergunningen ervoor die bedrijven niet kunnen uitbreiden, als dat nadelig is voor de omringende natuur. Maar de PAS (Programma Aanpak Stikstof) die binnenkort van kracht wordt moet daar verandering in brengen. Deze aanpak moet zorgen dat er ontwikkelruimte komt zoals Johan Vollenbroek uitlegt: “ontwikkelruimte betekent concreet ruimte voor uitbreidingen”. Verder komt er geld voor maatregelen om de nadelige effecten voor de natuur enigszins te verminderen, zoals de waterstand verhogen en afplaggen. Op dit moment is Nederland een van de meest vervuilde plaatsen in Europa als het gaat om stikstof. Johan Vollenbroek: “de ambities van de PAS zijn veel te laag, men streeft naar een reductie van 10% over 15 jaar”. Het is dus niet te verbazen dat Johan Vollenbroek, die behalve bestuurslid van Leefmilieu ook voorzitter is van MOB, samen met andere deskundigen een stevige inspraakreactie heeft opgesteld. Al was dat eigenlijk bijna niet te doen. Johan Vollenbroek: “ga er maar aanstaan, je krijgt 6 weken de tijd om een reactie te schrijven op 5000 pagina’s. Gelukkig blijken anderen, zoals de MER-commissie, het voor een groot deel met ons eens te zijn, dus misschien gaat de minister wel luisteren”.

Bekijk hier de hele inspraakreactie van MOB
Bekijk hier de inspraak van leefmilieu

- terug naar boven -

Utrechtse depositiebank ter discussie

Op dinsdag 24 maart 2015 vonden er in Den Haag diverse zittingen van de Raad van State plaats waarbij het beleid van de provincie Utrecht t.a.v. de intensieve veehouderij centraal stond. Het ging om zaken waarbij Leefmilieu en MOB bezwaar maken tegen de vele aan veehouders toegekende uitbreidingsvergunningen. De organisaties maken zich grote zorgen over de gevolgen van de ammoniakuitstoot voor de kwaliteit van de Natura 2000-gebieden, in Utrecht en andere provincies.
Bij de zittingen ging het niet om het recht van de provincie om vergunningen voor bedrijfsuitbreidingen toe te kennen, maar om de vraag of dat op de juiste wijze wordt gedaan. De provincie vindt dat alle toenames onder de grens van 0,05 mol/ha sowieso vergund kunnen worden. Dat wordt door MOB en Leefmilieu zwaar betwist, aangezien daarmee cumulatief het merendeel van de deposities is gemoeid. Ook kwam het systeem van de Utrechtse depositobank uitgebreid aan de orde. Hierbij wordt de toename van de emissie van ammoniak bij bedrijfsuitbreidingen en nieuwe vestigingen op de ene plaats gecompenseerd door de afname van emissies ten gevolge van bedrijfssluitingen op een andere plek. Maar er is onduidelijkheid over de precieze datum en wijze van instelling van de Utrechtse depositobank. De bank is feitelijk gevuld met verdwenen vergunningen, die nu ineens hergebruikt kunnen worden. Onduidelijk is ook, hoe de stalgroottes werden en worden bepaald. Dit geeft weer onzekerheid over het aantal te houden dieren en de ermee gemoeide emissies. Verder worden er in het gebruikte rekenmodel steeds nieuwe gegevens ingevoerd. Door de verandering van de cijfers, met inkomende en uitgaande emissiewaarden (van het ene bedrijf naar het andere) lijkt de koppeling met de werkelijke emissies in een gebied verloren te zijn gegaan. Voor derden is het nauwelijks of niet mogelijk de gebruikte cijfers na te rekenen. Mocht de Raad van State het eens zijn met de namens MOB en Leefmilieu aangevoerde argumenten, dan kan dit paal en perk stellen aan het huidige provinciale vergunningenbeleid. De Raad van State doet uitspraak over twaalf weken.

- terug naar boven -

Uitrijden mest moet ook beoordeeld worden voor Nb-wet vergunning

4 februari 2015. In een zaak aangespannen door MOB en de vereniging Leefmilieu, heeft de Raad van State bepaald dat het beweiden van het vee en het uitrijden van mest meegenomen moeten worden in de beoordeling van de milieubelasting van een bedrijf in Weert. De provincie, in dit geval de provincie Limburg, kan er niet zonder onderzoek vanuit gaan dat deze activiteiten zonder negatieve effecten voor de omliggende natuur zijn. Zowel bij het beweiden als bij het uitrijden van mest komt immers ammoniak vrij en de stikstof hieruit kan een negatief effect hebben op de al zwaar belaste natuur in de omgeving. Door deze uitspraak moet een bron van vervuiling, die tot  nu toe niet werd meegenomen in de  natuurbeschermingsvergunning, voortaan meegeteld worden bij het bepalen van de totale uitstoot van het bedrijf. MOB en de vereniging Leefmilieu zijn al sinds 2012 bezig om de provincie van dit standpunt te overtuigen. Al eerder had de provincie Limburg op dit punt ongelijk gekregen van de rechter. Zie hiervoor de uitspraak van de Raad van State van 11 december 2013. Nu wordt het tijd dat de provincie haar verantwoordelijk neemt.

Bekijk hier de uitspraak van de Raad van State van 4 februari 2015

- terug naar boven -

Nieuwe aanpak stikstofproblematiek is dweilen met de kraan open

18 februari 2015. De natuur in Nederland lijdt onder een teveel aan stikstof. De overheid komt daarom met een nieuwe aanpak van dit probleem. Dit ontwerp Programma Aanpak Stikstof (PAS) ligt nu in de inspraak. Leefmilieu heeft hierop zienswijzen ingediend, die samengevat kunnen worden als “Stop met het dweilen met de kraan open”.

Het probleem is nu al dat er in de meeste natuurgebieden teveel stikstof uit de lucht komt: de deskundigen hebben het dan over de stikstofdepositie. Stikstof komt uit de lucht en planten nemen die op en er gaan vervolgens teveel en ongewenste planten groeien.  Denk aan bijvoorbeeld brandnetels; die zijn dol op stikstof. De meest waardevolle planten verdwijnen juist omdat ze niet tegen die grote hoeveelheid stikstof kunnen.

In het PAS wordt er  van uitgegaan dat maatregelen als plaggen, maaien en afvoeren het probleem kunnen oplossen, in plaats van dat er geprobeerd wordt het probleem bij de bron aan te pakken. Deze bron is in de meeste gevallen de intensieve veehouderij. Dus in plaats van de uitstoot van de stallen een halt toe te roepen moeten machines de natuurgebieden in om daar  planten af te voeren. En dat moet niet één keer, maar regelmatig.  Hierbij is ook afgestapt van het aloude principe de vervuiler betaalt, want niet de vervuiler, maar de belastingbetaler betaalt namelijk de rekening. De maatregelen voor de natuur, die ook wel “herstelmaatregelen” worden genoemd, worden namelijk opgebracht  door de belastingbetaler en niet door de veroorzaker. Kortom PAS is dweilen met de kraan open, terwijl de oplossing zo simpel is: verminder de veestapel!

Bekijk hier de onze zienswijze

- terug naar boven -

Stikstof niet alleen slecht voor de natuur, ook voor de gezondheid van mensen

Mensen krijgen stikstof binnen via de luchtvervuiling en via de (verontreiniging van) drinkwater en voeding, aldus de Gezondheidsraad in haar rapport.

Luchtverontreiniging, waaraan stikstofoxiden bijdragen, veroorzaakt schade aan de luchtwegen en het hart- en vaatstelsel. Bij drinkwater en voeding gaat het hoofdzakelijk om nitraat en zijn omzettingsproduct nitriet, dat in verband wordt gebracht met kanker, vooral van het maag-darmkanaal.

Volgens de Gezondheidsraad stagneert het proces waarmee de Nederlandse overheid de afgelopen tientallen jaren de hoeveelheid stikstof probeerde terug te dringen. Dat is niet alleen ongunstig voor de natuur, maar ook voor de volksgezondheid. Hoewel de invloed van reactief stikstof op de gezondheid nog veel onzekerheden kent, maken de beschikbare gegevens voldoende aannemelijk dat de Nederlandse volksgezondheid baat heeft bij verdere reductie van de hoeveelheid reactief stikstof

in ons land. Uit het oogpunt van volksgezondheid vindt de commissie het daarom wenselijk om de hoeveelheid reactief stikstof in Nederland versneld verder terug te dringen en de stagnatie die zich de laatste jaren lijkt af te tekenen, te doorbreken.

Lees hier het Rapport van de Gezondheidsraad

- terug naar boven -

Goed gesprek met vereniging Natuurmonumenten

13 oktober 2014. In september hebben 47 organisaties, waaronder Leefmilieu, een brief geschreven aan de vereniging Natuurmonumenten. In deze brief werd opgeroepen om actiever stelling te nemen tegen de ernstige natuurschade veroorzaakt door veehouderijbedrijven, waaronder ook duizenden bedrijfsuitbreidingen. Volgens de 47 organisaties heeft  Natuurmonumenten als grootste natuurorganisatie en vaste gesprekspartner van de overheid de plicht hierover bij de overheid stevig aan de bel te trekken. Door te rietzwijgen legitimeert Natuurmonumenten het gedoogbeleid van de overheid rond de vele uitbreidingen zonder geldige natuurbeschermingswetvergunning. De initiatiefnemers van de brief zijn door Natuurmonumenten uitgenodigd voor een gesprek, dat op 13 oktober plaatsvond. Het was een goed gesprek, waaraan naast Valentijn Wösten verbonden aan Wösten juridisch te advies, de opsteller van de brief, MOB en Leefmilieu deelnamen.

Er is stevig gesproken over de vraag of de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) al dan niet vertrouwen verdient. De vereniging Natuurmonumenten staat voorzichtig positief tegenover de PAS en is blij met de maatregelen die in het plan staan. De opstellers van de brief stellen dat de PAS de stikstofproblematiek niet gaat oplossen, en zelfs het risico geeft dat met de PAS het probleem erger wordt gemaakt. Zodra alle veebedrijven hun vergunning hebben is immers de politieke speelruimte weg. Met acceptatie van de PAS wordt veel weg gegeven op basis van magere ambities en zachte afspraken. Ondertussen loopt de huidige provinciale vergunningverlening en -handhaving van de Natuurbeschermingswet helemaal uit de hand.

Na uitvoerig doorgepraat te hebben over de verschillen in aanpak, kwamen we ook tot gedeelde zorgen. Alle organisaties vinden de stikstofproblematiek een groot probleem. Hoewel het een lastig vraagstuk is om bij een groot publiek onder de aandacht te brengen, heeft Natuurmonumenten aangegeven dat ze daar meer aandacht aan zal geven. Verder blijken sommige lokale afdelingen van Natuurmonumenten op dezelfde onderwerpen actief te zijn als de opstellers van de brief en afgesproken is om die partijen met elkaar in contact te brengen. Er is afgesproken over een half jaar opnieuw om de tafel te gaan zitten. Natuurmonumenten zal daartoe het initiatief nemen. We begrijpen natuurlijk dat een grote organisatie als Natuurmonumenten een mammoettanker is, die je niet zomaar van koers doet veranderen, maar we hebben duidelijk wat beweging aan het stuur gezien, dus ons signaal is opgevangen.

- terug naar boven -

Leefmilieu roept vereniging Natuurmonumenten ter verantwoording

10 september 2014. Natuurmonumenten legitimeert door haar stilzwijgen massale illegale uitbreidingen van duizenden veebedrijven. Dit stelt Leefmilieu vandaag, samen met 46 andere organisaties, in een brief aan Vereniging Natuurmonumenten.
De organisaties spreken in de brief hun onvrede uit omdat Natuurmonumenten geen stelling neemt tegen de ernstige natuurschade veroorzaakt door illegale veehouderijbedrijven. Vereniging Natuurmonumenten heeft als grootste natuurorganisatie en vaste gesprekspartner van de overheid de plicht hierover stevig bij de overheid aan de bel te trekken. Door dit na te laten legitimeert zij het gedoogbeleid van de overheid rond de illegale vee-uitbreidingen zonder geldige natuurbeschermingswetvergunning.

De 47 organisaties maken zich grote zorgen over ernstige natuurschade door de Nederlandse veehouderij. In de afgelopen 10 jaar hebben duizenden bedrijven illegaal uitgebreid zonder de vereiste Natuurbeschermingswet-vergunning. Europese afspraken worden massaal aan de laars gelapt. Van de provincie Utrecht is bijvoorbeeld bekend dat het om ongeveer 250 bedrijven gaat, in Friesland om 250 tot 400 en in Drenthe mogelijk om 1.000 bedrijven.

Natuurmonumenten is de grootste en belangrijkste natuurbeheerder van Nederland. Zij heeft de verantwoordelijkheid voor 100.000 hectare natuur, en is een vaste gesprekspartner van de overheid. Met het zwijgen van Natuurmonumenten heeft de overheid een excuus om de andere kant op te kijken bij illegale uitbreidingen. Vereniging Natuurmonumenten wordt opgeroepen de landelijke, provinciale en gemeentelijke overheden die hiervoor verantwoordelijk zijn stevig aan te spreken.

Lees hier de brief aan Natuurmonumenten

- terug naar boven -

Geen appeltaart maar ruggegraat

Op 16 juni 2014 organiseerde de stichting Schone lucht voor iedereen, een symposium in Den Bosch, speciaal gewijd aan de intensieve veehouderij. Veel volksvertegenwoordigers waren aanwezig: een Europarlementariër, een tweede kamerlid, een gedeputeerde en enkele Brabantse statenleden. De bijdrage van de omwonenden stak hier schril bij af. Door lobbywerk vooraf van Brabantse groepen mochten twee mensen aanschuiven bij een panel: Gert van Dooren, inwoner van Veghel en Marga Jacobs, voorzitter van de vereniging Leefmilieu. De landbouwsector kreeg in de vorm van LTO daarentegen de gelegenheid om een presentatie te houden èn in een panel aan te schuiven. Dus de veroorzakers van de luchtvervuiling kregen ruimer de gelegenheid om hun verhaal te doen, dan degenen die de lucht inademen.

Gezien de samenstelling van de sprekers lag de oplossing, die in alle presentaties werd gegeven, voor de hand: een betere dialoog. Natuurlijk is overleggen altijd goed en de vaak genoemde appeltaart daarbij is prima, maar in alle verhalen bleef de centrale rol van de overheid onderbelicht. Met één uitzondering. In een heel korte bijdrage van wethouder Cees van de Ven, die in Reusel - De Mierden had gezorgd voor (o.a.)  strenge geurnormen om de overlast een halt toe te roepen. Daarbij, vertelde de wethouder, was veel overredingskracht nodig geweest en een rechte rug. Marga Jacobs vatte tijdens de paneldiscussie haar conclusie dan ook bondig als volgt samen: wat we nodig hebben is geen appeltaart maar ruggegraat.

Bekijk hier het programma en fotos en beluister de geluidsopname van deze dag

panel

- terug naar boven -

Provincie twijfelt aan wettelijk model voor bepaling geuroverlast

28-04-2014. Provincie Brabant twijfelt aan de betrouwbaarheid van het wettelijk voorgeschreven model om geuroverlast van veehouderijen te berekenen, het zogenaamde VStacks-model.
Een onderzoek van het Ingenieurs- en adviesbureau Witteveen+Bos, in opdracht van de provincie, heeft deze twijfel bevestigd. De geurberekeningen op basis van VStacks blijken aanzienlijk af te wijken van de werkelijkheid. De berekeningen kunnen zowel naar boven afwijken, als naar beneden. Dit betekent dat er momenteel geen betrouwbaar instrument voorhanden is op basis waarvan gemeenten vergunningaanvragen van veehouderijen kunnen beoordelen.

GS dringen er bij de staatssecretaris op aan snel duidelijkheid te geven over de rechtspositionele gevolgen voor bestaande en nieuwe vergunningen en RO-besluiten en snel te zorgen voor een korte termijn oplossing. Verder verwachten GS dat het Rijk gemeenten gaat ondersteunen in de periode tot er een definitieve oplossing is. In de ogen van GS is voor de lange termijn een wetenschappelijke evaluatie van de geurhindersystematiek nodig, gevolgd door aanpassing van het rekenmodel.

Bekijk hier het bericht op de website van de Provincie Brabant
Bekijk hier het onderzoeksrapport

- terug naar boven -

Ten onrechte honderden Nbwet-vergunningen niet aangevraagd

April 2014. De Noordelijke Rekenkamer concludeert dat veel veebedrijven in Drenthe en Friesland hun bedrijf hebben uitgebreid, zonder de benodigde Natuurbeschermingswet-vergunning (Nbwet) aan te vragen. Hierdoor is een situatie ontstaan van rechtsongelijkheid en gedogen. Volgens de Rekenkamer moeten deze vergunningen alsnog aangevraagd worden.

De voorlopige inschatting van de provincies is dat het in Drenthe om ongeveer 1000 en in Friesland om 250-400 agrarische bedrijven gaat. De Rekenkamer merkt op dat  deze  bedrijven waarschijnlijk wel een bouwvergunning en een vergunning in het kader van de Wet Milieubeheer hebben ontvangen, maar dat verzuimd is een Nbwet-vergunning aan te vragen. Het kan zijn dat de  gemeenten en/of provincie onvoldoende heeft gewezen op de noodzaak een Nbwet-vergunning aan te vragen. Ook kan het zijn dat de provincie hierop onvoldoende heeft gehandhaafd.

Het gevolg is dat  er nu volgens de Noordelijke Rekenkamer reparatiebeleid nodig is om de situatie van rechtsongelijkheid en gedogen ongedaan te maken.

Bekijk de rapporten van Noordelijke Rekenkamer via onderstaande link:
“Decentralisatie natuurbeleid: Noordelijke provincies aan zet”

- terug naar boven -

Raad van State vernietigt 14 Nbwet-vergunningen provincie Gelderland

8 april 2014. Het Gelderse provinciebestuur is in de afgelopen week 14 keer op de vingers getikt in even zoveel uitspraken door de Raad van State bij Nbwet-vergunningen voor de veehouderij.  De provincie laat te veel ruimte voor de schadelijke gevolgen van veehouderij op de wettelijke beschermde natuurgebieden.

Terwijl vast staat dat de emissies fors omlaag moeten, en hooguit toestemming kan worden gegeven voor bedrijven die niet in emissies toenemen, verleent de provincie vergunningen waarbij de emissies mogen toenemen, zonder dat daarvoor een passende beoordeling te verrichten. Dit is voor de rechter reden geweest om de besluiten van de provincie Gelderland te vernietigen. 

De 14 beroepen zijn ingesteld door de vereniging Leefmilieu (www.leefmilieu.nl) en MOB (www.mobilisation.nl).  Zonder deze beroepen waren de 14 vergunningen allemaal van kracht geworden en hadden de daarin gemaakte fouten niet meer teruggedraaid kunnen worden. Het wordt tijd dat er een instantie komt die toezicht houdt op de vergunningverlening door de provincies. Nu lijken twee kleine milieu-organisaties dat werk te moeten doen.

Achtergrond bij deze problematiek is te vinden op: http://www.mobilisation.nl.

Lees hier het persbericht

Bekijk hier de uitspraken van de Raad van State

De uitspraken dateren van 28 maart 2014.

- terug naar boven -

Pittig gesprek met agrarische jongeren in Ossenzijl

Leefmilieu heeft in Overijssel tegen meer dan 100 vergunningen in het kader van de Natuurbeschermingswet zienswijzen ingediend. Omdat de provincie Overijssel geen besluiten neemt blijven de aanvragers al maanden in onzekerheid.

Een aantal procedures heeft betrekking op vergunningen rond het nationaal park de Weerribben. Dit bracht de jonge agrariërs van IJsselham er toe Leefmilieu uit te nodigen. De achterliggende vraag daarbij was: wat is Leefmilieu voor een organisatie en waarom dient zij zienswijzen in. Op 17 maart 2014 gaf Marga Jacobs, voorzitter van Leefmilieu, deze presentatie in restaurant Kolkzicht in Ossenzijl. Zij ging daarbij in op de geschiedenis van Leefmilieu en de inzet van de vereniging om via overleg het milieu en het overheidshandelen te verbeteren. Na de presentatie ontspon zich een geanimeerd gesprek, waarin standpunten met betrekking tot natuurbescherming wederzijds werden toegelicht. Zo vragen de agrariërs zich bijvoorbeeld af waarom de natuur beschermd moet worden van een gebied dat toch niet toegankelijk is. En Leefmilieu gaf aan vooral geïnteresseerd te zijn in de uitstoot van een bedrijf, maar zich niet te willen bemoeien met de bedrijfsvoering.

Marcel Middelkamp was namens Leefmilieu aanwezig om in te gaan op de precieze juridische aspecten van de procedures. Hij  maakte duidelijk dat de vergunning waartegen zienswijzen zijn ingediend,  niet zijn geschorst. Dat betekent dat zij gewoon van kracht zijn en gebruikt kunnen worden. Mochten agrariërs in de problemen komen, doordat Leefmilieu zienswijzen ingediend heeft, dan kunnen zij Marcel bellen voor nader overleg.

Er was overeenstemming over het standpunt dat de provincie snel een antwoord moet geven op de vraagpunten van Leefmilieu, zodat duidelijk wordt of de vergunningen al dan niet aangepast moeten worden. En mochten de vergunningen aangepast moeten worden, dan vinden agrariërs en Leefmilieu dat daarvoor niet opnieuw leges betaald hoeven te worden. Als dank voor de presentatie kregen Marga Jacobs en Marcel Middelkamp een lekkere fles wijn aangeboden door de voorzitter van de jonge agrariërs van IJsselham.

- terug naar boven -

Veehouderijen verantwoordelijk voor fijn stof overschrijdingen

Monitoringsrapportage NSL 2013Meestal gaat de discussie bij de intensieve veehouderijen over stikstof (in de vorm van ammoniak) en de effecten daarvan op de omliggende natuur. Minder bekend is dat de bedrijven op veel plaatsen ook verantwoordelijk zijn voor hardnekkige overschrijdingen op het gebied van fijn stof. Dit blijkt uit de NSL monitoringsrapportage over 2013 van het RIVM. Een citaat uit de samenvatting: “Zo worden de grenswaarden voor fijn stof bij veehouderijen en langs wegen in gebieden met intensieve veehouderij of industrie lokaal overschreden. Hierdoor is Nederland er niet in geslaagd om in 2012 overal aan de Europese norm voor fijn stof te voldoen.” Deze uitkomst is alarmerend vooral je als bedenkt dat fijn stof ook beneden de nu gehanteerde normen ongezond is.

In 2015 gaat er ook voor stikstof een Europese norm gelden. Daarover zegt hetzelfde rapport op pagina 3: “Als die gevoeligheden in de berekeningen worden ingecalculeerd, kan het aantal toetspunten met overschrijdingen van stikstofdioxide in 2015 tot tien keer hoger uitvallen dan onder de huidige aannames is berekend.” Kortom: een iets andere manier van berekenen en het aantal overschrijdingen wordt veel hoger.

De sector kan nu het beste het voorbeeld volgen van de industrie: pak de milieu-effecten van je bedrijfsvoering aan. Dit betekent dat er werk aan de winkel is voor de bedrijven, maar ook voor de overheden om hier via regelgeving, vergunningverlening en handhaving op toe te zien.

Klik hier om het rapport op de website van het RIVM te bekijken.

Klik hier om direct naar het rapport te gaan.

- terug naar boven -

Natuurschade door uitrijden mest moet aangepakt worden

Tot nu toe hield de provincie Limburg geen rekening met de effecten van het uitrijden van mest op de omliggende natuur. Dat is niet terecht vonden Leefmilieu en Mobilisation en zij stapten naar de rechter. Op 12 december 2013 publiceerde de Raad van State de uitspraak en daaruit bleek dat beide organisaties in het gelijk gesteld zijn. Bij het berekenen van de uitstoot van een bedrijf moet niet alleen gekeken worden wat er uit de stal komt, maar ook wat er bij het uitrijden van mest de lucht in gaat. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor de natuurbescherming in Limburg, maar voor heel Nederland. Bij natuurbeschermingswetvergunningen moet rekening gehouden worden alle emissies, niet alleen die uit de stallen.

Bekijk hier de uitspraak van de Raad van State

Bekijk hier ons persbericht over deze uitspraak

- terug naar boven -

Stop subsidie op biovergisting

De vereniging Stop de Stank uit Deurne organiseerde op 4 november 2013 een bijeenkomst over de biovergisting van mest. Aanleiding was de mogelijke komst van 4 van deze zogenoemde mestfabrieken naar Deurne. In een informatieve presentatie ging prof Lucas Reijnders in op de explosierisico’s voor de omgeving en op het bijzonder geringe energierendement van de biovergisting. Al luisterend bleef kortom de vraag knagen: is het wel financieel rendabel om deze mestfabrieken te bouwen? Het korte antwoord was nee. Het wat langere antwoord was: ja, maar alleen vanwege de subsidie. Wim Verbruggen, de andere spreker gaf het voorbeeld van één installatie, die 15 miljoen euro kostte en waarvoor de initiatiefnemers 30 miljoen euro subsidie kregen. Het ging daarbij gedeeltelijk om Europese subsidies, maar voornamelijk om Nederlandse subsidies. De conclusie van de avond kan dus eenvoudigweg zijn: stop met de subsidies en dan stoppen de plannen met biovergisters vanzelf.

- terug naar boven -

Provincie Gelderland respecteert Natuurbeschermingswet niet

Op 2 oktober 2013 heeft de Raad van State op verzoek van Mobilisation en Leefmilieu de vergunning van een veehouderij in Gelderland geschorst. De rechter concludeerde dat het provinciebestuur onvoldoende motiveert waarom de schadelijke ammoniakemissies mogen toenemen. Leefmilieu verwacht dat deze en vele andere Gelderse vergunningen zullen sneuvelen bij de rechter, net als eerder in Overijssel gebeurd is.   

Veehouderij veroorzaakt grote schade door de mestproductie. Nederland is het meest veedichte land van Europa, en kampt al heel lang met de schade voor mens en natuur vanwege deze uitzonderlijk grote veestapel. In Gelderland staan heel veel veehouderijbedrijven en de provincie is bij het afgeven van de vergunningen veel te soepel geweest. In Dagblad de Gelderlander noemt de provincie de conclusie dat de vergunning zal sneuvelen voorbarig, omdat "1750 boeren al wel een vergunning hebben". Maar deze 1750 vergunningen zijn niet bij de rechter getoetst en in plaats van zich op de borst te kloppen, zou iets meer bescheidenheid de provincie sieren: de gedachte dat de meest groene provincie van Nederland haar natuur niet beschermd, en daar vrijwel zeker door de rechter aan herinnerd zal worden, is niet iets om lichtvaardig overheen te stappen.

Voor de mensen die denken dat de veehouderij nu niet meer kan uitbreiden: dat klopt niet. Alleen de ammoniakdeposities mogen niet toenemen en die bescherming van mens en natuur is al lang geleden op Europese en Nederlandse schaal afgesproken. Het is jammer dat de veehouderijbedrijven de dupe worden van dit zwakke beleid van de provincie Gelderland, maar ook voor hen kan deze uitspraak niet als een verassing komen.

Bekijk hier de uitspraak van de Raad Van State

Bekijk hier het persbericht Mobilisation

- terug naar boven -

Nog steeds geen wet die gezondheid bewoners buitengebied beschermt

De SP organiseerde op 6 september in Den Haag het symposium: “Veehouderij, gezondheid en omgevingsrecht”.De bijeenkomst startte met de nationale ombudsman Brenninkmeijer over de Q-koorts en eindigende met een slachtoffer van de Q-koorts die opriep om na 3 jaar van toezeggingen eens ernst te gaan maken met wetgeving en handhaving die de gezondheid van mensen beschermd. Veel discussie tijdens de bijeenkomst was er over het afstandcriterium: wat is de beste afstand tussen stallen en omwonenden om risico’s te verminderen. Voor de Q-koorts blijkt die afstand wel 10 km te kunnen zijn, dus daarom waren veel sprekers huiverig voor het noemen van een concrete afstand. Uit de voorbeelden die de toehoorders gaven bleek dat er toch wel iets moest gebeuren: grote stallen op 30 meter van je huis zijn toch niet leefbaar. Henk Jans, medisch milieukundige, verwoordde het treffend door te zeggen dat je toch ook geen grote WC bij de erfgrens van je buren plaatst. Op de bijeenkomst presenteerde Tweede Kamerlid, Henk van Gerven van de SP zijn initiatiefnota. Gelukkig kwam hij daarin wel met een voorstel voor een minimale afstand, namelijk van 250 m. En verder vond hij dat de GGD altijd moet adviseren bij een uitbreiding op minder dan 1 km van bewonerskernen. Kortom: een voorstel dat recht doet aan de zorgen van veel bewoners van het buitengebied.

Uiteraard moet bedacht worden dat het een voorstel is van een oppositiepartij en nog lang geen nieuwe wet. Maar hoe zo’n wet er precies uit komt zien… het is hoog tijd dat er een wet komt die de gezondheid van de mensen in het buitengebied beschermd.

Meer info over de stichting voor mensen met Q-koorts: http://stichtingquestion.nl

Bekijk hier de initiatiefnota van Henk van Gerven.

- terug naar boven -

Sjoemelen met vlees

Op 5 september 2013 werd de Zembla documentaire Sjoemelen met vlees uitgezonden. Te zien is hoe, in Nederland, in de grote slachterijen bedorven vlees wordt bijgesneden en opnieuw verkocht, met mest besmeurd vlees eenvoudig met de waterslang schoon gespoten en Beter Leven-keurmerkvlees vermengd met gewoon vlees. Als het aan de bedrijven ligt zullen ze in de toekomst controle en toezicht, nog meer dan nu het geval is, zelf uitvoeren.

Lees hier een samenvatting van de documentaire
  (gemaakt door een van onze vrijwilligers)

Bekijk hier de documentaire van Zembla
 

- terug naar boven -

Nieuwe varkensstallen: filter vooral de lucht

Op 28 juni 2013 namen 4 leden van de werkgroep Leefbaar Buitengebied van de vereniging Leefmilieu in Wageningen deel aan een bijeenkomst over nieuwe stalconcepten. Door Wageningen Universiteit waren twee nieuwe veehouderijsystemen bedacht, die gezonder zijn voor omwonende en varken. De ontwerpen bestaan alleen op de tekentafel en zijn bedoeld om het gesprek over alternatieve systemen te vergemakkelijken. Zodat al praten de belangrijkste ontwerpuitgangspunten boven tafel komen. Deze nieuwe veehouderijconcepten worden met verschillende groepen besproken. Op 28 juni waren de burgers aan de beurt. De aanwezige groep was een mooie afspiegeling van stad en platteland: beide 50%.  
De beide stalconcepten gaan allebei uit van een zo prettig mogelijk situatie voor het varken. In de ene vorm, Big City genoemd, is dat in afgesloten ruimten en in de andere vorm, Heerlijkheid genoemd, was dat buiten. Hoewel deze laatste  vorm, waarin de varkens onder de hoede van een varkenshoeder hun eigen voedsel kunnen verzamelen, op het eerste gezicht erg aantrekkelijk leek voor mens en dier, bleken er tijdens het gesprek toch veel nadelen aan te kleven. Zo mogen mensen de varkens die buiten wroeten niet aanraken, dit om de overdracht van ziekten te voorkomen. Ook kunnen vogels die overvliegen de vogelgriep op de varkens overbrengen. De aanwezigen leken de gezondheidsrisico’s, zowel voor mensen als varkens, kleiner als ze in een afgesloten ruimte zitten. Verder was er grote overeenstemming over, dat de uitgaande lucht van de stallen gefilterd moet worden, zodat deze vrij is van ziektekiemen, fijn stof en geur.
De aanvulling die de aanwezigen voor de volgende ontwerpstap hadden was: houd meer rekening met de mondiale effecten. Denk bij de concepten niet alleen over regionale inpassing, maar bedenk ook oplossingen voor de soja die uit de Derde Wereld komt en het vlees dat de hele wereld over reist. Probeer dus te zorgen dat die ketens zo kort mogelijk worden. Een leerzame bijeenkomst, waarvan de uitkomsten, via de onderzoekers, de varkens en mensen hopelijk op den duur ten goede komen.

Bekijk hier de brochure waarin beide stalconcepten staan beschreven.

- terug naar boven -

Stop de subsidie op biovergistingsinstallaties

Henk Cuppen, de vertegenwoordiger van de lokale bewonersgroepen in de Peel in Brabant had een duidelijke boodschap voor de aanwezigen op het symposium Pootafdrukken in het zand op 2 februari 2013 in Deurne. Henk Cuppen liet zien dat de huidige ontwikkeling op korte termijn al leidt tot de verandering van het agrarische karakter van de Peel in een nieuw industriegebied vol biovergistingsinstallaties. Die installaties moeten de 6 miljard kilo mest gaan verwerken die de dieren in de Peel produceren. Om dat voor elkaar te krijgen moeten er 60 van zulke biogasinstallaties neergezet worden.

Op de grafiek (zie hiernaast) is te zien hoeveel installaties er in de verschillende gemeenten komen. Dat het rendement laag is en de risico’s van dergelijke installaties groot had het KRO televisie programma Reporter in november al laten zien. Maar tijdens de bijeenkomst werd nog iets duidelijk: om deze biovergistingsinstallaties rendabel te maken moet er veel subsidie bij. Per bedrijf gaat dat om miljoenen per jaar en als de plannen doorgaan gaat het in totaal, in de loop van de jaren, om miljarden. Het mestprobleem los je er niet mee op, want de mineralen blijven in het restproduct achter. Je haalt wat energie uit de mest, maar zonder subsidie loont dit proces niet. Kortom: niet doen, maak van het platteland geen industrieterrein en gooi het geld niet over de balk.

Klik hier om de presentatie van Henk Cuppen tebekijken (2,7 MB).

Het televisieprogramma van Reporter is te vinden op:
http://reporter.kro.nl/seizoenen/20 12/afleveringen/16-11-2012
Foto’s van de bijeenkomst, die plaats vond in Willibrordhaeghe in Deurne.

- terug naar boven -

December 2012: Gezondheidsraad geeft advies over afstand veehouderij en wonen

De gezondheidsraad heeft een teleurstellend advies uitgebracht over de afstand tussen veehouderijen en wonen. Volgens de gezondheidsraad zijn er aanwijzingen dat wonen in de buurt van veehouderijen

gezondheidsrisico’s met zich mee kan brengen. Maar omdat er wetenschappelijk te weinig bekend is kan ze geen onderbouwd advies geven. Wel beveelt de raad aan om op lokaal niveau beleid te maken over minimumafstanden en ze benadrukt dat de lokale aanpak gebaseerd moet zijn op een dialoog met alle belanghebbenden.

Echter het pad van dialoog en lokaal beleid is voor de meeste bewonersgroepen een doodlopende weg gebleken. De pogingen van groepen om met dialoog tot een beter lokaal beleid te komen, hebben op de meeste plaatsen gefaald. Groepen vinden al jaren een lokale overheid tegenover zich die de regelgeving aan haar kant heeft staan en die de belangen van de boeren beter dient dan die van de omwonenden. De gezondheidsraad wil alleen adviseren op basis van wetenschappelijke kennis, dat klinkt mooi en nobel, maar laat wel alle betrokkenen met lege handen achter.

Klik hier om het advies “Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen” te bekijken.

- terug naar boven -

Boerenmacht wordt boerenzwakte

De Gezondheidsraad geeft een keer of vier per jaar het tijdschrift Graadmeter uit, waar je je trouwens gratis op kunt abonneren. Graadmeter behandelt in het kort de adviezen die de Gezondheidsraad uitbrengt en soms staat er een interessant interview in. Zoals in het laatste nummer van december 2012, het interview met Henk van Wijk, woordvoerder van een bewonersgroep in Middelbeers in Brabant. In 4 bladzijden wordt de problematiek van het buitengebied haarscherp samengevat: ondraaglijke stankoverlast, uitbreidende varkensbedrijven, overheden die niets doen en een bewonersgroep die stuk loopt op juridische procedures.

De enorme invloed van de boeren wordt ook geanalyseerd. Het antwoord op de vraag waarom de regels zo boervriendelijk zijn luidt dan ook: “De boerenstand heeft vanouds een enorme invloed in de dorpen van Brabant. De boeren hebben een onbetaalbaar netwerk: er zit familie in de gemeenteraad, de aannemer is familie, evenals de leverancier van de brokken en de houder van het mechanisatiebedrijf. Ook zijn er veel familieverbanden tussen boeren en buren. De Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) – de boerenbelangenorganisatie – heeft in Brabant een enorme invloed op de politiek en het bestuur. Boeren hebben hier altijd de kans gekregen om groter te worden.”

Dit antwoord houdt ook een kiem van een oplossing in zich: de boeren hebben zich verenigd in sterke netwerken. Nu de bewoners nog. Uit het artikel blijkt dat individuele bewoners die klagen over de overlast direct ter verantwoording worden geroepen door de boeren. Dit is natuurlijk een domme reactie: de boerennetwerken mogen nu dan nog sterker zijn dan de bewoners, die tijd is onherroepelijk aan het veranderen. Er zijn minder boeren dan gewone bewoners in het buitengebied  en die bewoners winnen uiteindelijk de strijd omdat ze gewoon met meer mensen zijn en politici daar rekening mee moeten houden. Dus boeren, doe wat iedere gezonde bedrijfstak doet: zie iedere klacht als een gratis advies en zorg dat de regelgeving zo streng wordt dat de achterhoede niet het beeld kan bepalen. Volg kortom het pad dat de andere bedrijven in Nederland al hebben afgelegd en zorg dat de opgebouwde netwerken uit het verleden geen barrière vormen voor stappen naar de toekomst.

De biogas beerput

Op vrijdag 16 november 2012 werd de documentaire uitgezonden: "De biogas Beerput". In deze documentaire wordt duidelijk gemaakt dat biovergisting nauwelijks energiewinst oplevert, maar wel veel risico's met zich meebrengt voor het milieu en de mensen die wonen in de omgeving van de vergisters. De belangrijkste informatie uit de documentaire is ook in enkele pagina’s samengevat.

 

Bekijk hier de samenvatting

- terug naar boven -

10 oktober 2012 op Nieuwsuur: Lakse aanpak megastallen

Het programma Nieuwsuur besteedde op 10 oktober aandacht aan megastallen. Ondanks afspraken over het tegendeel trok het demissionaire kabinet-Rutte 11 miljoen euro subsidie uit voor 101 megastallen. De wensen van de bewoners van het buitengebied blijken niet door te dringen tot Den Haag. Ook lokaal gaat er veel mis blijkt uit de verhalen van de omwonenden, die vechten voor de kwaliteit van het wonen op het platteland. Zij adviseren de politiek de intensieve veehouderij te concentreren op industrieterreinen die niet hun woonomgeving steeds verder te laten aantasten. De televisierapportage geeft een 10 minuten een prima beeld van de problematiek.

Klik op de afbeelding om de video af te spelen.

Kijk ook op: http://www.npo.nl/nieuwsuur/10-10-2012/NPS_1204941

- terug naar boven -

Stad en platteland horen bij elkaar

Op 26 september 2012 werd in Nijmegen tijdens een debat met als titel “Uitgegeten”, in centrum Lux, een lans gebroken voor een hechtere band tussen stad en platteland. De sprekers waren enthousiast over de vele waarden van het platteland, voor natuurbeheer, voor recreatie en niet in de laatste plaats voor de productie van voedsel. De voorbeelden van boeren die aan het woord kwamen lieten duidelijk zien dat zij  met groot vakmanschap en creativiteit hun bedrijven runnen: boerengolf, knuffelkoeien en zorgboeren passeerden de revue. De enige categorie die ontbrak waren de boeren met megabedrijven en bedrijven die produceren voor de mondiale markt. Gaandeweg tekende daarmee de toekomst voor het buitengebied zich af, zoals Leefmilieu die voor ogen staat. Kleinere bedrijven die voedsel leveren voor de stad en andere mooie functies vervullen, houden hun terechte plaats op het platteland. De rest gaat naar die plaatsen waar hun industriële bedrijvigheid beter past: het industrieterrein.

- terug naar boven -

Mest nog steeds verantwoordelijk voor veel watervervuiling

13 juni 2012. Op de helft van de meetpunten in het landelijk gebied zijn de stikstof- en fosforconcentraties in het water te hoog. Op de zuidelijke zandgronden (lees Brabant en Limburg) voldoet 80% niet aan de norm voor fosfor en nitraat. Onduidelijk is nog hoe het Nederlandse mestbeleid dit gaat aanpakken. Het onderzoek is uitgevoerd door het Planbureau voor de Leefomgeving.

Bekijk hier het onderzoeksrapport
Lees meer over dit onderzoek op de website van het Planbureau voor de Leefomgeving
Bekijk ook de achtergrondrapporten van de WUR, Deltares en RIVM op de website van de universiteit Wageningen 

- terug naar boven -

Antwoord van NVWA over handhaving intensieve veehouderij

Op onze brief van 13 november 2011 aan de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) hebben we op 14 maart 2012 een antwoord gekregen. Het blijkt dat de toezicht op de milieuhand­having van de intensieve veehouderij in handen is van de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Wel is de NVWA verantwoordelijk voor het  toezicht op het transport en de verwerking van kadavers. Vermoed u een illegaal transport, meld het de NVWA op info@vwa.nl.

- terug naar boven -

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit antwoordt niet op brief

Leefmilieu heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op 30 november 2011 een brief geschreven over de handhaving van de intensieve veehouderij. Leefmilieu krijgt namelijk veel signalen van bewonersgroepen dat die handhaving tekort schiet. We hebben onze brief gericht aan de Inspecteur Generaal C.W.J. Schreuders, maar tot op heden hebben we nog geen antwoord ontvangen, niet eens een ontvangstbevestiging! Na mailen en telefoneren kregen we uiteindelijk wel iemand te pakken die ons kon vertellen dat de brief binnen was, maar niet wie hem behandelde: dat ict-systeem werkte namelijk op dat moment niet. De behandelaar zou het echter laten weten als het systeem weer in de lucht was. Dat gesprek had in januari plaats. Intussen hebben we over deze gang van zaken een klacht ingediend en hiervan hebben we intussen een ontvangstbevestiging gehad. We houden u op de hoogte.

Wilt u weten wat we in onze brief vragen, kijk dan op www.leefmilieu.nl/leefbaar-buitengebied.

Meer over de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit op: http://www.vwa.nl/

- terug naar boven -

Zeshonderd ton antibiotica voor Nederlandse vee per jaar

15 februari 2012. "Zeshonderd ton. Zoveel antibiotica krijgt het Nederlandse vee per jaar", vertelt Herman de Boer. Een immense hoeveelheid waarin pluimvee, biggen en koeien een ongeveer even groot aandeel hebben. Om te vergelijken: alle mensen in Nederland gebruiken ‘slechts’ zes ton antibiotica per jaar. Herman de Boer werkt aan vervangers voor antibiotica. Lees meer op http://www.kennislink.nl/publicaties/antistoffen-uit-koeienmelk

 

- terug naar boven -

Februari 2012. Nota legt de lat voor naleving dierenwelzijn niet hoog

Uit de nota "Dierenwelzijn en Diergezondheid" van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie blijkt dat de huidige wetgeving soms onbewust, maar ook dikwijls bewust overtreden wordt. Uit een nalevingonderzoek over 2009 van de NVWA blijkt dat de naleving in verschillende sectoren (kalveren, varkens, legkippen, honden en transport) sterk verbeterd kan worden. In een viertal onderzochte sectoren was de naleving in 2009 als volgt: 89% in de kalverensector, 64% in de legkippensector, 55% in de varkenssector en 58% bij de bedrijfsmatig gehouden honden. Dit kabinet wil dat regels beter worden nageleefd, vooral op die onderwerpen die de meeste impact hebben op het dierenwelzijn en diergezondheid. Elke sector moet een naleefniveau van ten minste 80% hebben (citaat blz. 11 van het rapport). Dit betekent dat in 20% van de gevallen de wet­geving dus ook op den duur niet nageleefd hoeft te worden. Dat is dus voor de toekomst in 1 op de 5 gevallen, waarnaar niet eens gestreefd wordt. Om hoeveel dieren zou dat gaan? En hoeveel mensen zouden daar last van hebben?
Lees hier de nota.

- terug naar boven -

25 januari overlegt commissie Tweede Kamer over megastallen

Op woensdag 25 januari 2012 wordt door de commissie van de Tweede Kamer overlegd over megastallen.
De bijeenkomst is van 13:00 tot 15:00 uur in Den Haag in de Thorbeckezaal van de Tweede Kamer.

Gepraat wordt onder andere over de 2e Voortgangsrapportage Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij, de rapportage van de maatschappelijke dialoog over megastallen en de kabinetsreactie op de rapporten van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) over productierechten en omvang veestapel.

Deze bijeenkomst is openbaar. Als je tijd hebt ga dan naar Den Haag of stuur anders een brief zoals een lid van onze werkgroep deed.
Bekijk hier deze voorbeeldbrief.

- terug naar boven -

Bijeenkomst 23 november 2011: Stop de Stank in Deurne

170 inwoners van Deurne waren op 23 november 2011 naar de informatie-bijeenkomst gekomen over ‘Volksgezondheid en Intensieve Veehouderij’, georganiseerd door de vereniging Stop de Stank. Deze groep die net een jaar bestaat, heeft al op allerlei manieren van zich doen spreken met acties gericht op de lokale politiek. Het symbool dat ze daarbij gebruiken is heel toepasselijk de wasknijper en, niet verbazend, het probleem waar ze aandacht voor vragen is de stank. Deurne wordt omgegeven door het grootste Nederlandse LOG, dat Deurne als een hoefijzer omklemd en dat 1500 hectare (3000 voetbalvelden) groot is.
Op de bijeenkomst op 23 november waren een huisarts, dierenarts, GGD-er, wethouder en vertegenwoordiger van de (varkens)boeren uitgenodigd om kort op een rijtje hoe ze tegen de zaak aankijken. De discussieleiding was in hand van Marga Jacobs, voorzitter van Leefmilieu. De sprekers hielden verhalen die varieerden van niets aan de hand, we doen al heel veel, Henk Raaymakers van ZLTO, die de boeren vertegenwoordigde,  tot een stevig verhaal van Loes Geelen van de GGD die wees op alle risico’s voor de volksgezondheid. De aanwezigen waren voornamelijk burgers en een groep boeren die zich schaarden achter hun ZLTO-voorman. De spanningen in de zaal liepen soms hoog op. Veel burgers voelden zich door de politiek, op de bijeenkomst vertegenwoordigd door wethouder Ragetli, in de steek gelaten, vooral omdat er steeds meer bedrijven bij komen. De komst van een nieuw bedrijf van 15.000 varkens plus een mestfabriek wordt voorbereid. Een vrouw deed een hartstochtelijk verzoek aan de artsen om haar te vertellen hoe ze haar kinderen kon beschermen tegen de gezondheidsrisico’s van de intensieve veehouderij, moest ze lucht filters aanschaffen of gaan verhuizen? Op deze heldere vraag kwam echter geen helder antwoord. Het gaf echter de spanningen bij de aanwezigen wel heel goed weer.

De activiteiten van Stop de Stank Deurne zijn te volgen via de site http://www.stopdestank.nl
.
 

Van Links naar rechts op de foto:     Jasper Ragetli (wethouder),
Marga Jacobs (discussieleider),
Henk Raaymakers (ZLTO),
Jan Flameling (dierenarts),
Jan Hoevenaars (huisarts).
Loes Geelen (GGD).

 

 

- terug naar boven -

 

De risico’s van mensen die wonen tussen veehouderijen

Op 21 september waren ruim 200 mensen naar het provinciehuis in Den Bosch gekomen voor het onderwerp zoönosen. Zoönosen zijn ziekten die van dieren naar mensen kunnen overspringen, zoals bijvoorbeeld de Q-koorts. Verder kunnen, door het grote gebruik van antibiotica in de veehouderij, dieren bacteriën met zich mee dragen die resistent geworden zijn. Als mensen zo’n ziekte dan krijgen zijn ze niet of heel moeilijk te behandelen omdat de geneesmiddelen niet meer werken. In Den Bosch kwamen in een veelheid van presentaties alle facetten van het vraagstuk aan de orde. De locatie van het symposium was niet toevallig: in Brabant wonen 2,5 miljoen mensen tussen ruim 32 miljoen dieren. De sprekers schuwden het dan ook niet om de vinger stevig op de zere plek te leggen, met de volgende voorbeelden:

  • Dierenartsen schrijven verboden middelen voor of geven medicijnen voor situaties waarvoor ze niet bedoeld zijn;
  • Boeren gebruiken hun luchtwassers verkeerd of zetten ze bijvoorbeeld in het weekend uit;
  • Artsen zijn (nog) niet opgeleid om de zoönosen te herkennen.

Het onderzoek naar de risico’s van de intensieve veehouderij staat nog in de kinderschoenen. De sprekers zagen de oplossing vooral in handhaving door de overheid. Handhaving om er voor te zorgen dat de regels, die er al zijn, uitgevoerd worden. Daarnaast moet het antibioticagebruik teruggedrongen worden. De dierenartsen zagen hiervoor wel mogelijkheden maar dan moet er ook veel verbeteren aan de voer- en stalcondities van de dieren. Het antibioticagebruik blijkt dus in de huidige situatie rechtstreeks samen te hangen met een slechte zorg voor de dieren.
bijeenkomst DenBosch

De presentaties van de lezingen zijn te vinden op de website
http://brabantskennisnetwerkzoonosen.nl.

Van de werkgroep Leefbaar Buitengebied namen 9 leden aan het symposium deel. Hebt u ook belangstelling voor de activiteiten van deze werkgroep neem dan contact op door een mailtje te sturen naar burgernetwerk@leefmilieu.nl

- terug naar boven -

Natuurvergunning voor veebedrijven toch verplicht

Alle veebedrijven die in de omgeving van natuurgebieden liggen moeten een vergunning hebben in het kader van de natuurbeschermingswet. De crisis- en herstelwet had veebedrijven van deze verplichting vrijgesteld, maar de Raad van State heeft op 7 september 2011 geoordeeld dat deze vrijstelling onrechtmatig was. Op basis van de Europese regelgeving moeten alle veebedrijven een natuurvergunning hebben, daarbij moet niet alleen gekeken worden naar de uitbreiding van het bedrijf, maar moeten de effecten van het hele bedrijf op de natuurgebieden bekeken worden.
Bekijk hier de uitspraak van de Raad van State.

- terug naar boven -

Zienswijzen ingediend tegen Gelderse Verordening Stikstof

Leefmilieu heeft in augustus 2011 zienswijzen ingediend tegen de Gelderse Verordening Stikstof omdat de provincie Gelderland met deze verordening de kop in het zand steekt voor het grootste probleem van de veehouderij: de te grote veestapel die vanaf 2015 weer ongeremd kan gaan groeien omdat vanaf dat moment de wettelijke plafonds niet meer gelden. Valentijn Wösten, van Wösten Juridisch Advies, heeft voor Leefmilieu en MOB de zienswijzen ingediend.
De provincie gaat ervan uit dat stikstof dichtbij de bedrijven neer slaat, maar dat klopt niet: op 10 km van een bedrijf is pas een derde van de stikstof neergeslagen. Er is feitelijk sprake van een deken van stikstof depositie (depositie = neerslag) in die gebieden waar veel intensieve veehouderij is. Omdat lang niet alle politici dit weten en daardoor misschien verkeerde beslissingen nemen is deze uitleg uitgebreid in de brief naar de provincie Gelderland opgenomen. U vindt deze informatie en veel meer in de zienswijzen.
Klik hier om de zienswijzen te bekijken.

- terug naar boven -

Werkgroep intensieve veehouderij en gezondheid gestart

De Nederlandse situatie is uniek, nergens ter wereld wonen zoveel mensen en nog meer dieren zo dicht op elkaar. Deze situatie is ook nog nergens behoorlijk onderzocht, ook in Nederland niet.
De werkgroep van de vereniging Leefmilieu, die zich richt op de milieu- en gezondheidsrisico’s van de intensieve veehouderij, is op 4 juli 2011 voor het eerst bijeen geweest. De werkgroep met de naam “Leefbaar Buitengebied” richt zich met name op de risico’s voor de omwonenden. Denk daarbij aan de Q-koorts maar ook aan de resistente bacteriën die zich ontwikkelen in de stallen en die tot op 1000 m afstand nog in de lucht gevonden worden. Deze resistente bacteriën leveren risico’s voor de hele volkgezondheid omdat geneesmiddelen door deze resistentie niet meer werken als mensen ziek worden.

De Werkgroep Leefbaar Buitengebied streeft naar een overheidsbeleid en handhaving die deze milieu- en gezondheidsrisico’s substantieel vermindert. De prioriteiten van de werkgroep zijn:

  • Veel minder antibioticagebruik door de intensieve veehouderij.
  • Duidelijkheid over de effectiviteit van filters en wassers voor de directe omgeving.
  • Afstandscriteria om de risico’s te beperken.
  • Meer onderzoek naar de relatie intensieve veehouderij en gezondheid.

 

Bij het realiseren van de doelen zal er, zoals gebruikelijk, door de vereniging Leefmilieu intensief samengewerkt worden met andere organisaties en lokale groepen, waarbij dit onderwerp het vooral van belang maakt om samen te werken met de curatieve sector (artsen en andere partijen, die zich richten op het genezen van mensen).
De werkgroep komt 5 tot 6 maal per jaar bijeen, mail burgernetwerk@leefmilieu als je belangstelling hebt om mee te doen, we nemen dan contact met je op.

Bekijk hier het werkplan van de werkgroep Leefbaar Buitengebied.

 

- terug naar boven -

Veel inspiratie op 16 april bij de bijeenkomst over intensieve veehouderij

Meer dan 100 mensen waren op zaterdag 16 april 2011 in Den Bosch om te praten over de intensieve veehouderij en haar risico’s en vooral wat er tegen te doen. De bijeenkomst was georganiseerd door Leefmilieu. Er was natuurlijk een inleiding als warming up met debat, maar de ware inspiratie kwam bij de workshops waar mensen samen bedachten wat er moest gebeuren. Er werden acties bedacht en initiatieven op de rails gezet. Was u er niet bij en wilt toch alles erover weten? Dat kan. Klik hieronder op de links naar de presentaties en het verslag met meer foto’s.

- Link naar presentatie en adviesrapport zoönosen
- Presentatie Sonja Borstboom
- Verslag van de bijeenkomst.

workshop denbosch

- terug naar boven -

Op 16 april in Den Bosch: Intensieve veehouderij, hoog tijd voor debat

inderoos De intensieve veeteelt is naast een bron van voedsel voor veel mensen een bron van overlast. Op sommige plaatsen veroorzaakt de sector zelfs gezondheidsschade door bijvoorbeeld de Q-koorts. Toch worden de stallen groter en nemen de aantallen dieren per bedrijf steeds verder toe.
Leefmilieu heeft studenten van de Universiteit Utrecht gevraagd op een rijtje te zetten of er ook andere ziekten door de intensieve veehouderij veroorzaakt worden en welke risico’s daar voor de omgeving aan verbonden zijn. Op 16 april 2011 in Den Bosch presenteren zij in het kort de uitkomsten van hun onderzoek.
Maar op die bijeenkomst gebeurt meer. Valentijn Wösten, bekend jurist, licht toe wat een goede strategie zou kunnen zijn om de zorgen over de intensieve veeteelt actief in het door de overheid aangekondigde politieke debat te brengen. Sonja Borsboom, woordvoerder van Megastallen-Nee, geeft daarvoor ook concrete suggesties. Daarna kunnen in kleine groepen actievoorstellen worden uitgewerkt. De bijeenkomst wordt georganiseerd met medewerking van Megastallen-Nee en de stichting Leefbaar Buitengebied.
Bekijk hier het programma van deze bijeenkomst en het bijbehorende
persbericht van Leefmilieu.
Bekijk ook recente brief van staatsecretaris Bleker aan de Tweede Kamer, over de aanpak van de dialoog over de megastallen.

- terug naar boven -

Meer bacteriecellen in fijn stof rond intensieve veehouderij

februari 2011. De laatste jaren is er meer aandacht gekomen voor gezondheidsproblemen die mogelijk samen-hangen met intensieve veehouderij voor de omwonenden. Het gaat om symptomen zoals luchtwegklachten, irritatie ogen, hoofdpijn, misselijkheid en stress. Een belangrijke studie in Duitsland toonde in 2007 aan dat omwonenden, die dichter dan 500 m van een veehouderij wonen, twee maal zo vaak klachten aan de luchtwegen hadden (zoals piepende ademhaling) dan een controlegroep.
De Universiteit Utrecht heeft vanaf 2008 onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten van intensieve veehouderij op de gezondheid van omwonenden in Nederland. Begin dit jaar is het voorlopige rapport van dit onderzoek gepubliceerd. Daarin staat dat op de meetlocaties in de omgeving van veehouderij¬bedrijven de hoeveelheid fijnstof in de lucht redelijk vergelijkbaar is met op andere locaties, maar dat in het fijnstof bepaalde endotoxineconcentraties (het gehalte aan dode bacteriecellen) verhoogd zijn.
Hoe hoger het aantal bedrijven of dieren, hoe hoger de endotoxineconcentratie. Bij deze gemeten endotoxineniveaus (die in absolute zin zeer laag zijn) zijn voor zover bekend geen gezondheids¬effecten te verwachten, ook niet op de locaties met de hoogst gemeten concentraties. De onderzoekers durven op basis van deze resultaten nog geen uitspraken te doen over het risico op gezondheidseffecten. In mei van dit jaar wordt het definitieve rapport verwacht, dan zijn ook de resultaten van het huisartsenonderzoek beoordeeld.
Klik hier om de rapportage te bekijken.

- terug naar boven -

Procedures rond ontbreken beoordeling Natuurbeschermingswet

16 februari 2011. Wösten Juridisch Advies heeft namens de vereniging Leefmilieu en MOB een tiental procedures gestart tegen het ontbreken van beoordelingen conform artikel 19f van de Natuurbeschermings-wet. Het gaat allemaal om Limburgse bedrijven. Het lijkt erop alsof in Limburg de natuurbelangen niet goed behartigd worden door Gedeputeerde Staten van Limburg.
Kijk hier voor achtergrondinformatie.

- terug naar boven -

Luchtvervuiling door de intensieve landbouw, een onderschat probleem

21 september 2010. De gemeenten Montferland en Oude IJsselstreek hebben de GGD Gelre-IJssel gevraagd een gezondheidsadvies te geven als onderbouwing bij het bestemmingsplan landbouwontwikkelings¬gebied Azewijn. De uitkomsten van dit onderzoek zijn voor veel meer mensen van belang. We vatten daarom hier enkele uitkomsten over de effecten van luchtvervuiling samen. lees hier het hele rapport.

Luchtvervuiling door agrarische bedrijven is anders dan de luchtvervuiling in de stad. Een belangrijk verschil is de samenstelling van het fijn stof. Fijn stof uit verkeer bevat vooral ultrafijne deeltjes (vooral ultra fijn stof, PM0,1-1,0) en is met allerlei chemische stoffen beladen. Het fijn stof uit de landbouw behoort vooral tot de ‘grove’ fijn stof fractie (PM2,5-10). Ook de samenstelling is verschillend. Land¬bouwstof is beladen met allerlei biologische deeltjes, zoals bacteriën, virussen, parasieten, schimmels en endotoxinen. Endotoxinen zijn bestanddelen van de celwand van bacteriën. Als bestanddeel van fijn stof komen ze vooral in hoge concentratie voor in de veehouderijbedrijven zelf en bij de veevoer¬productie. Metingen in Duitsland wezen uit dat in de woonomgeving van intensieve veehouderijen hogere concentraties endotoxinen voorkomen dan in de stedelijke omgeving. De endotoxineconcen¬traties kunnen per locatie sterk variëren. Het uitrijden en verspreiden van mest op de weilanden en het transport van dieren en de aanwezigheid van slachthuizen zijn andere factoren die van invloed kunnen zijn op de aanwezige endotoxineconcentraties.
Uit verspreidingsberekeningen blijkt dat tot een afstand van 150 meter de extra bijdrage van bedrijven aan de fijn stofconcentratie goed zichtbaar is. Regionaal kan in concentratiegebieden van intensieve veehouderijbedrijven de bijdrage van fijn stof zodanig zijn dat de grenswaarden voor fijn stof worden overschreden. Dit geldt met name voor de norm waarbij maximaal 35 dagen per jaar de concentratie groter mag zijn dan 50 mg/m3.

Bij de gezondheidseffecten als gevolg van blootstelling aan fijn stof uit stallen moet men denken aan directe effecten op de luchtwegen, in de vorm van toename van luchtwegklachten en -ontstekingen. Tot op dit moment is er nagenoeg geen onderzoek bekend dat een relatie weergeeft tussen de blootstelling aan landbouw gerelateerd fijn stof en de effecten op gezondheid. Risicogroepen voor het optreden van gezondheidseffecten van fijn stof zijn ouderen, patiënten met al bestaande luchtweg- of hart¬aandoeningen en kinderen met al bestaande luchtwegklachten. Gezonde kinderen kunnen ook gevoelig zijn voor fijn stof.

Het ministerie van VROM heeft geïnventariseerd welke pluimveebedrijven teveel fijn stof uitstoten. Dit betekent niet dat alle andere geen effecten op de gezondheid van de omwonenden hebben. Bekijk hier deze inventarisatie. In totaal gaat het om 145 pluimveebedrijven die te veel fijn stof uitstoten naar de omgeving. Zij moeten voor 1 juli 2011 maatregelen treffen. De meeste bedrijven zijn gelegen in de provincie Noord Brabant.

Kijk voor meer informatie over de aanpak van knelpuntbedrijven op de site van InfoMil

- terug naar boven -

Teken mee voor een duurzame veeteelt

Juni 2010. Honderden Nederlandse hoogleraren hebben een pleidooi opgesteld om te stoppen met de intensieve veehouderij in haar huidige vorm. Zij willen dat de adviezen duurzame veeteeltvan de commissie Wijffels uit 2001 worden opgevolgd. Wijffels stelde: “De intensieve veehouderij moet ingrijpend worden veranderd. Dieren moeten meer ruimte krijgen voor natuurlijk gedrag, zoals het buiten rondscharrelen. Het transport van levende dieren moet worden beperkt en het fokken van vee moet niet uitsluitend gericht zijn op toename van de productiviteit.” Behalve de honderden hoogleraren hebben intussen ook meer dan 15.000 gewone burgers het pleidooi ondertekend. Hebt u dat nog niet gedaan en vindt u de beperking van de intensieve veehouderij ook een goed idee ga dan naar http://www.duurzameveeteelt.nl en betuig uw steun.

- terug naar boven -

Te soepele regelgeving veehouderij verliest mens en natuur uit het oog

tijdschrift agrarisch recht Maart 2010. De afgelopen maanden heeft er in Brabant een hevige discussie plaatsgevonden over de intensieve veehouderij. Aanleiding waren de uitbreiding van de Q-koorts bij mens en dier en de steeds grotere aantallen dieren in een provincie die voor iedere inwoner minstens 14 dieren huisvest.
In het politieke debat klinkt steeds weer dat de sector het al moeilijk heeft door de zware regeldruk. Maar dit blijkt voor stankhinder en ammoniak in ieder geval niet te kloppen. Het is dus niet te verbazen dat de getroffenen in opstand komen.

Valentijn Wösten en Ton van Hoof hebben in het Tijdschrift voor Agrarisch Recht in november 2009 een uitgebreid onderzoek gepubliceerd naar de regeldruk rond stankhinder en ammoniakuitstoot. De twee milieujuristen tonen aan dat in tegenstelling met het gangbare beeld de normen steeds verder zijn versoepeld. Hieronder de uitkomsten in het kort.

Stank. Veebedrijven mogen volgens de nieuwe normen fors meer stankoverlast veroorzaken nabij woningen dan volgens de oudere normen. Dit komt doordat bedrijven veel dichter bij woningen gezet of uitgebreid mogen worden. Campings hoeven zelfs helemaal niet meer beschermd te worden tegen stank volgens de regelgever. Ook de optelsom van stank van verschillende bedrijven in de omgeving van een woning hoeft niet meer gemaakt te worden. Waar één bedrijf juist aan de stank-afstandseis voldoet, wordt hiervoor vergunning verleend, ook als een tweede veebedrijf eveneens op het nippertje voor diezelfde woning aan de afstandseis voldoet.

Ammoniak. De ammoniakuitstoot van de intensieve veehouderij is al tientallen jaren een ernstig knelpunt. Met het huidige beleid zal in 2020 slechts 30% van de Nederlandse natuur afdoende zijn beschermd tegen teveel ammoniakemissies, 70% dus niet.
Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat er tegenwoordig emissiereductie per dierplaats geldt. Waar echter een reductie van 50% per dierplaats wordt gerealiseerd, maar ook 2x zoveel dieren worden gehouden (opvullen), haalt het bedrijf geen enkele milieuwinst. Dit opvullen is vaste praktijk in de veehouderij.
Intussen is veel natuur de directe bescherming tegen ammoniakuitstoot ontnomen. Waar eerst gevoelige natuur in een straal van 3000 meter bescherming genoot tegen emissietoename, geldt deze bescherming nu nog slechts voor een straal van 250 meter. Waar eerst vrijwel alle gevoelige natuur bescherming genoot, is deze nu grotendeels beperkt tot gebieden in een omvang groter dan 50 hectare. Daarmee is nog slechts een fractie over van de eerdere geldende bescherming. Veel natuur die wel bescherming kreeg en ook nodig had, is deze ontnomen. milieunormen versoepeld

Een voorbeeld. In het artikel in Agrarisch Recht geven Valentijn W&¨sten en Ton van Hoof een praktijkvoorbeeld over het verschil tussen de oude en nieuwe normen. Onder de oude .
milieunormen kan aan de rand van het Limburgse dorp Ospel een zeugenbedrijf onmogelijk uitbreiden. Met de gewijzigde milieunormen kan het bedrijf groeien tot het grootste zeugenbedrijf van Nederland.

Geconcludeerd wordt dat in de afgelopen 15 jaar de milieunormen voor stank en ammoniak fors zijn versoepeld. Er is sprake van een lastenverzwaring voor het milieu en de omwonenden. Het is dus heel verstandig dat de provincie Noord Brabant een pas op de plaats gaat maken en ten dele stopt met de uitbreiding van megastallen. Dit is echter niet genoeg. Ook de normen zullen aangescherpt moeten worden op een manier die de bescherming van mens en natuur weer centraal stelt.

Lees hier het hele artikel Veehouderij, milieubeleid en milieudruk van V. Wösten en T. van Hoof.
U kunt hier ook de samenvatting lezen.
 

- terug naar boven -

Onderwerpen: