Provincie Noord-Brabant hoogt de huidige stikstofuitstoot van de RWE-biomassacentrale Amer in de nieuwe natuurvergunning op papier bewust op, zodat het net lijkt alsof in de nieuwe situatie sprake is van een daling van maar liefst 73%. Dat stelt Leefmilieu samen met Stichting MOB en Comité Schone in een zienswijze.
De referentiesituatie is kunstmatig opgehoogd met de stikstofemissies van de reeds lang uit gebruik genomen kolencentrale AC-8 en de twee gasturbines AC-20 en AC-21. Zo stelt Noord-Brabant onder meer dat de huidige ammoniak emissie van 175 ton per jaar wordt verlaagd naar 50 ton. Maar in officiële nationale registraties staat dat Amer nagenoeg geen ammoniak uitstoot, stellen de organisaties. Ze stellen dat de provincie bij de berekeningen installaties meetelt die al meer dan tien jaar niet in gebruik zijn.
Ook bestrijden de milieuorganisaties het geclaimde hoger openbare belang. De Amer-centrale gaat met de nieuwe natuurvergunning volledig over op biomassastook. Dat leidt niet tot hernieuwbare energie en is zeker niet in het belang van de volksgezondheid. Een biomassacentrale stoot per opgewekte eenheid energie meer CO2 uit dan een kolencentrale. Dit leidt tot sterk verhoogde CO2-concentraties in de atmosfeer. Ten onrechte wordt de uitstoot van biomassacentrales op nul gesteld. Ook duurt het tientallen tot honderden jaren eer nieuw aangeplante bomen de extra uitgestoten CO2 van de centrale weer hebben opgenomen en opgeslagen. De vraag is ook of bomen elders al opnieuw worden geplant of regenereren. De boskap voor biomassaverbranding leidt tot verdere bosdegradatie en ontbossing in de Baltische staten, de VS en inmiddels ook in Azië.
.

